<
                                            nieuwsbrief zelfvoorziening
-------------------------------------------------------------------------------------------------------

16                                                        jan.feb.mrt '05 

bij jaargang ' 05

tuinstad                                                                                              citaat

utopische verkenningen 2                            
  .
                                                                                                                
Bij jaargang ' 05

Lezende een goed jaar ! Van de voornemens ' 04 kwam weinig terecht (o.a. mode
: zelf kleding maken; medicijnen: zelfgenezing, zelfmedicatie; brochure Zelfvoor-
ziening en laagdrempelig rentenieren; uitwerken van de korte kringloop gedachte).
Dus blijven ze staan al lijkt de kans er dit jaar aan toe te komen niet groot.
Wat wel gelukte was, bij uitblijven van aansturing van buitenaf (inzendingen), de
nieuwsbrief vrijer in te zetten voor Studio zelfvoorziening publiciteit.
Eveneens werd de tweemaandelijkse regelmaat, vanaf nu effectief losgelaten.
Veel op dat punt echter verandert, naar het zich laat aanzien, aanvankelijk niet.
Aldus, met voortgaande spoed.
                                                                                                                    .
Tuinstad


Om de arbeidersbevolking ontsnapping te bieden uit de misŤre van de industriŽle
metropool lanceerde Ebenezer Howard rond 1900 een revolutionair model voor
stedelijke ontwikkeling: de tuinstad. ... Het model van de tuinstad was een
zelfvoorzienende en autonome stad van maximaal 32.000 inwoners, midden op
het platteland, waarheen zowel de bevolking als de industrie zou verhuizen. Het
tuinstadmodel was een complete samenleving op lokaal schaalniveau.
------------------------------------------------------------------------------------
uit samenvatting dissertatie Tuinsteden-tussen utopie en realiteit. 
http://www.niwi.knaw.nl/nl/oi/nod/onderzoek/OND1252411/toon (exit)

Volgens webpaginas van de ' 98 tentoonstelling De regie van de stad, honderd
jaar stedenbouw in Europa, Nederlands Architectuur Instituut :
Hierin (1) presenteerde hij het idee van de Tuinstad dat in deze eeuw lange tijd als
de hoeksteen van de moderne stedebouw werd beschouwd. Zelden had een idee
zoveel invloed, getuige de vele tuinwijken en tuindorpen die in de loop van de
twintigste eeuw gebouwd zijn. Er zijn echter slechts twee echte Tuinsteden
gerealiseerd: Letchworth (1903) en Welwyn (1919).

In 1899 werd onder leiding van Howard de Garden City Association opgericht, die
in 1902 als Garden City Pioneer Company werd voortgezet. Het jaar daarop kocht
deze maatschappij op 55 kilometer ten noorden van London een stuk grond waar
Letchworth werd gerealiseerd naar een ontwerp van Raymond Unwin en Barry
Parker. Vanwege de bestaande situatie lieten Unwin en Parker het concentrische
model van Howard los. De brink, de openbare gebouwen, de winkels en het
station liggen op een plateau in het centrum, daaromheen bevinden zich
verscheidende woonwijken met villa's en arbeiderswoningen. In overeenstemming
met Howards model werd Letchworth door een agrarische zone omsloten.

De realisatie van Letchworth verliep moeizaam en bovendien waren de eerste
bewoners niet de arbeiders die Howard, Unwin en Parker voor ogen hadden.
Aanvankelijk kwamen alleen de idealistische pioniers naar Letchworth. Bovendien
vonden veel fabrikanten de locatie onaantrekkelijk. Pas na de Tweede Wereldoor-
log begon Letchworth eindelijk te groeien en werd het uiteindelijk een van de vele
New Towns rond London.
http://www.nai.nl/regie/historisch/letch1_nl.html, e.v. (exit)

Vergeleken met blauwdrukken elders van Garden city, of eigenlijk Central city met
58.000 inw. waaromheen geometris een zestal Garden cities met 32.000 inw. (2)
Utopische verkenningen 2

Voortgaand op Het utopisch communautarisme na Hans Achterhuis' waarin de
utopie-interpretatie uit De erfenis van de utopie' voor zoete koek lijkt te worden
geslikt, edoch, deze slechts sporadis van toepassing bevonden op ervoor in
aanmerking komende communauteiten, toch ook weer wordt betwijfeld.

Meer rechtstreekse critic op opzadeling van 'utopie' met jacobijns schrikbewind
en communistise regimes lijkt effectiver. Bijvoorbeeld, voorbijgaand aan de
gebezigde utopie-constructie: schrikbewind zonder eventuele associatie met
'utopie' komt historis zoveel frequenter voor dat van vermelde dictaturen de wortels
wellicht anders liggen. 

Commuun                                                                                                    .

Vormen van 'communisme' weliswaar in Politeia, Utopia, en diverse andere
literaire utopieŽn, maar eveneens in talrijke dorps- en stamgemeenschappen,
vroege christengemeenschappen, kloosters, enz.                                                               

Gemeenlijkheid die communauteiten, waaronder de meer innovative sociale
ondernemingen uit 19e en 20e eeuw, overeenkomstig kenmerkt. En misschien
langs die weg ook, en niet alleen of vooral via het 'utopisch' van Engels en Marx,
het woord oplopend.
1                                                                                   
In onderstaande lijkt het van 'utopie' een hoofdbestanddeel:

"In Woongroepen en de communautaire traditie
2 uit 1985 stelde Poldervaart
utopisme gelijk aan maatschappijverandering, doch niet in de marxistische
betekenis. 'Utopisch' betekende dat mensen het wonen in gemeenschap op
zichzelf voldoende achten om de maatschappij te veranderen en dat hun
opvattingen en levenswijze door de kracht van het voorbeeld anderen ertoe zou
aanzetten om hetzelfde te doen."
3

Tegen conventioneel fatsoen en zekerheid, het uitdagend feminisme van de
utopisch socialisten' 1993, van dezelfde auteur geeft een soortgelijke
omschrijving: een utopisch ontwerp is nu "de formulering van alternatieven voor de
bestaande wijze van samenleven, op basis van een cluster van idealen" en
utopische bewegingen zijn "die bewegingen waarin door het vormen van
gemeenschappen ge- poogd wordt de door de deelnemers aangehangen idealen
in het dagelijks leven toe te passen".
4

Sporen ontwerp en beweging in de laatste alinea niet al te zeer, het schaalniveau
van de communauteit (i.t.t land of stadstaat) in 'theorie' maar ook in praktijk zou
zo het utopiebegrip met nadruk vooral op 'gemeenschap' bepalen.

Utopisch                                                                                                       .

Evenwel, wordt 'utopisch' opgevat als Utopia-achtig dan ligt de fantastise vertelling
eerder dan ontwerp of plan voor de hand en staan geringer schaalniveau,
toepassing in de praktijk zowel als de vormen van gemeenschappelijkheid garant
voor enige vraagtekens.

Minder of anders gemeenschappelijk
5 maar eender schaalniveau en verhaaltype
zou het etiket utopie gemakkelijker toelaten dan gewijzigd schaalniveau of
uitvoeringsimplicatie.                                                                                        

Verkleind schaalniveau brengt via leefgemeenschap en woongroep mogelijk de
licht ongeloofwaardige maar niet geheel onwaarschijnlijke individueel-anders-leven
vertelling binnen bereik van 'utopie'.
6
En afgezien van verbasterd gebruik van het woord in de betekenis van onhaalbaar
of wensdroom geeft 'utopie' als positive aanduiding van een welomschreven te
verwerkelijken leefgemeenschappelijk of maatschappelijk
7 plan een
betekenisextra dat als 'uitvoeringsutopie' of 'nognergensland' misverstand zou
kunnen voorkomen.
Geheel anders, zeer geavanceerd, schijnbaar onmogelijk, maar toch te
verwezenlijken. Het smalend 'utopisch' van marxisten en anderen omgezet in
geuzennaam of wervend imago.
8

'Utopie in uitvoering' van gedachten naar woorden op schrift in coŲperatie en via
een aantal tussenstadia tot eerste schop in de grond, steen gelegd, geld gestort,
kan een dergelijke status langdurig behouden, maar heeft evenals de 'gerealiseer-
de utopie' de welhaast magise grens van nergens naar ergens overschreden en
kan slechts terugblikken op, vergelijken met toen het nog nergens was.
                                                                                                  
Communauteiten                                                                                          .
                                                                                                  
Is 'gemeenschappelijk' op schaalniveau van de natiestaat voor velerlei uitwerking
vatbaar
9, zo ook op niveau van de woonwerk- en woongemeenschap.
Volgen we in Het utopisch communautarisme ..' de toegepaste rurale woonwerk-
gemeenschap
10 vanaf het zo genaamde utopisch socialisme op onder meer
gemeenschappelijkheid.

"De zich ontwikkelende IndustriŽle Revolutie creŽerde armoede, overbevolking,
lange werkdagen en competitie onder de arbeiders. Dit leidde tot moreel verval en
winstbejag. In de socialistische utopia's zouden allen samenwerken voor het
profijt van allen." 
11 

Op schrift gestelde zowel als in praktijk gebrachte 'utopieŽn' uit 18e en 19e eeuw
komen volgens dezelfde bron sterk overeen op ondere andere: 1. opheffing van
privť-bezit, werken voor geld werd afgeschaft en er werd een arbeidsplicht
ingesteld. 2. arbeid op het land, in latere utopieŽn meestal gecombineerd met
industriearbeid.
12
Toegelicht  wordt vooral Robert Owen, A new view of society' 1812. Organiseerde
in (katoen)fabrieksdorp Lanark bewaarscholen voor kinderen, een gemeenschap-
pelijke eetzaal, keukens en bibliotheken. Vertrok na problemen met geldschieters
in 1825 naar Amerika en richtte er meerdere woon- en werkgemeenschappen op,
waaronder New Harmony.
Op privť- en ander bezit in Lanark
13 en New Harmony wordt niet nader ingegaan,
zomin als op de aard van het werk en overige economie van de
woonwerkgemeenschappen.
Voorbeelden van meer op agrarische en ambachtelijke productie gebaseerde
projecten ontbreken jammer genoeg.
14

De periode rond de eeuwwisseling (1890-1915)                                           .

"Waarom juist in deze periode zo'n opbloei van zulke verschillende
communautaire initiatieven plaatsvond, is moeilijk te verklaren. Een aantal
mensen geloofde niet in het heil van de klassenstrijd. Men ging op zoek naar
meer concrete oplossingen voor de kapitaalsuitbuiting en de erbarmelijke woon-
en werkomstandigheden als gevolg van de industrialisatie."
15

Bij een focus op meer rurale gemeenschappen vallen van de onderscheiden typen
de (amerikaanse) kunstenaarscommunes en de huishoudelijke coŲperaties
terzijde en resten amerikaanse utopisten, tuinstadbeweging, koloniebeweging,
kibboetsbeweging.
16

Van de amerikaanse utopisten wordt de coŲperatieve gemeenschap Llano del Rio
(1917-1936) wat uitvoeriger weergegeven: "De gemeenschap had uitgebreide
sociale voorzieningen die hun tijd ver vooruit waren. Alle sociale diensten werden
georganiseerd door de gemeenschap en waren gratis ... Onnodig te zeggen dat
deze voorzieningen in schril kontrast stonden met de economische uitbuiting door
het op dat moment in California en Louisiana welig tierend kapitalisme. Voor
arbeiders waren de sociale voorzieningen in die tijd ondermaats, afwezig of
onbetaalbaar." 
Uit de beginselverklaring blijkt gemeenschappelijk bezit van productiegrond,
-werktuigen, privť bezit van woonkavel, en lijkt het individu licht beknot in zoverre
dat wat deze te danken heeft aan de gemeenschap ruim wordt belicht i.t.t vice
versa. Over de verhouding voor-zich / voor-markt productie en over de aard ervan
verder geen uitsluitsel.
17
Ongetwijfeld zijn er meer soortgelijke nederzettingen geweest, de vooral religieus
geÔnspireerden niet meegerekend.                                                                   
.

De Tuinstadbeweging was overwegend (zelfvoorzienende) theorie al zijn de eruit
voortvloeiende groene woonwijken niet verkeerd: "Toch zijn er uiteindelijk slechts
twee tuinsteden opgezet die enigszins op de oorspronkelijke plannen leken,
namelijk Letchworth (bebouwd vanaf 1905, voor in totaal 55 wooneenheden, met
gemeenschappelijke eetzaal en keuken) en Welwyn (voor 40 wooneenheden).
Deze tuinsteden hebben het zo'n dertig jaar volgehouden; toen verdwenen de
collectieve voorzieningen. De later gebouwde 'tuinsteden' hadden slechts 'het
groen voor de arbeiders' en misten de collectieve voorzieningen."
18

De Koloniebeweging "...had een anarchistische achtergrond. Ze wilde
landbouwkolonies samen met productie- en verbruikscoŲperaties oprichten om zo
het kapitalisme van binnenuit uit te hollen. Eťn van de bekende
vertegenwoordigers is Frederik van Eeden."
19                                                  .
In hoeverre een terug-naar-de-natuur en doe-het-meer-zelf in de ideologie was
opgenomen vergt nader onderzoek, maar in beginsel een adequaat plan van
aanpak, zeker indien gekoppeld aan politieke hervormingen (recht op grond o.a).
Gemiste kans voor sociaal en andere revolutionairen: "In Europa keerde de
opkomende sociaal-democratische beweging zich af van haar utopische erfgoed.
Vrouwenemancipatie en de zoektocht naar alternatieve samenlevingsvormen
verdwenen naar de achtergrond - of werden uitgesteld tot na de revolutie. De
klassenstrijd werd de eerste bekommernis."
20
  
De Kibboetsbeweging wordt weergegeven met aandacht vooral voor collective
huishoudelijke voorzieningen en communaal wonen.
De indruk dat aanvankelijk een hoge mate van voor-zich productie werd
nagestreefd, later opgeslokt door een overwegende productie voor de markt, kan
zodoende niet worden getoetst.
Sociaal-economis in grote lijnen overeenkomstig voorafgaande projecten,
succesvoller vanwege een aantal extra factoren, maar bewijs niettemin dat een
minder kapitalistis en industrieel alternativ materieel heel wel mogelijk is.
                                                                                                 
De communebeweging (1965-1975)                                                                                   .
                                                                                                                   
"Vanuit deze protestcultuur ontstonden in Amerika de eerste communes in het
begin van de jaren ' 60. Europa volgde met enkele jaren vertraging. Pas rond
1965 kan men in Amerika spreken van een communebeweging. In haar beginjaren
was de beweging vooral anarchistisch georiŽnteerd (hippies, flower power, lsd).
Deze communes vestigden zich als 'drop-outs' op het platteland en stichtten er
agrarische bedrijfjes om zoveel mogelijk in eigen levensonderhoud te voorzien,
wat overigens bij gebrek aan organisatie en kennis van zaken meestal niet lukte.
De plattelandscommunes bereikten rond 1967 een hoogtepunt. Daarna namen ze
geleidelijk af in aantal en ontstonden de communes voornamelijk in de steden."
21

Moeilijk grip te krijgen op de diversiteit van deze nieuwe trek uit de steden
meerdere pogingen dan ook ze in te delen:

"De ideologische verscheidenheid van de Amerikaanse communes is groot.
Zablocki onderscheidt maar liefst 8 hoofdtypes: 'Eastern, Christian,
Psychological, Rehabilitational, Cooperative, Alternative Family, Counterculture,
Political."
22
"Ook bij de Engelse communes was er een grote verscheidenheid. Toch menen
ook Abrams en McCulloch dat relationele hervorming de essentie van de
communebeweging was."
23
En Kanter
24 onderscheidt in de geschiedenis van het communautarisme de
volgende stadia: 1 de wens om te leven volgens religieuze en geestelijke waarden
2 de wens om de maatschappij te hervormen door haar economische en politieke
ziekten te genezen 3 de wens om de psychosociale groei van het individu te
versterken via de directe nabijheid van vrienden.
Het eerste stadium dominant tot en met de communautaire beweging van de 16de
en 17de eeuw, het tweede in de 19de eeuw en rond het begin van de 20ste eeuw
en het derde vanaf de jaren ' 60.

Een mate van terug-naar-de-natuur en alternative productie zal in de meer
landelijke projecten veelal zijn inbegrepen, zoals bij het meditativ spirituele
Findhorn(GB) of het coŲperative, alternativ familiale en counterculturele The
Farm(VS).
Een punt dat weinig aandacht krijgt is de betrekkelijk toepasbare, kleinschalige
mogelijkheid van de woon- en werkwijze. Is de logge natiestaat met zich vast
schroevende organisatis en deels minder prettige woon- en werkopties slechts
indirect en op lange termijn te veranderen, voor kleinere groepen en enkelingen
zijn een aantal materieele wensen via zelforganisatie en zelfdoen min of meer
direct te verwerkelijken, al valt het 'omdenken' ook hier vaak niet mee.
                                                                                                 
Huidige gemeenschappen                                                                           .

Te vinden vooral onder de koepels van het G.E.N (global ecovillage network) en
I.C (intentional communities).       
Bij de eco-dorpen is 'dorp' evenals het 'stad' van de tuinstad een groot woord.
Veelal gaat het om een of enkele gebouwen waar 5-25 mensen woonachtig.
Gemeenschapsleven in diverse vormen en spiritualiteit (new age) gaan er gepaard
aan ecologise en alternativ technologise toepassingen.
Van Daele deelt ze met de intentionele communauteiten in volgens 1 coŲperativ:
In een aantal gemeenschappen ligt de nadruk op de coŲperatieve arbeid. Ze zijn
actief in de land- en tuinbouw of in de ambachtelijke industrie. Vaak hebben ze
ook een uitgesproken politiek engagement. In sommige coŲperatieve gemeen-
schappen streeft men naar economische relaties die niet (of minder) gebaseerd
zijn op concurrentie en accumulatie 2 relationeel: ... 3 spiritueel: ... en 4 ecologis:
In weer andere gemeenschappen streeft men naar een zo ecologisch mogelijke
leefomgeving, wat zich vertaalt in allerlei hoog- of laagtechnologische oplossingen
om het kringloopprincipe waar te maken.
25

Hetgeen licht of niet tegenstrijdig zou zijn met: "Een tweede verschil is de aan- of
afwezigheid van een ideologie van zelfredzaamheid. Tot en met de landelijke
communes uit de jaren ' 60 streefden alle gemeenschappen naar economische
onaf- hankelijkheid. Met de opkomst van stedelijke communes, en later ook
woongroepen is dit ideaal verdwenen. Wat niet wegneemt dat het nog steeds
verder leeft in een aantal hedendaagse gemeenschappen."
26
   
Utopisch accent

Over de aard van de (sociaal economise) gemeenschappelijkheid in de diverse
rurale gemeenschappen wel iets maar niet al te veel wijzer geworden, wat min of
meer voor de hand lag omdat auteur andere punten van aandacht had en de
basistekst van Poldervaart vooral leefgemeenschap, groepsleven
27 en feminisme
onderzocht.

Verlegging van het utopisch accent naar economie en productie en in het
verleng-de daarvan naar meer plaatselijke zelfproductie geeft voldoende
aanknopingspunten in de geschiedenis van communauteiten, maar blijkt in
individueler settings, de micro utopie, eveneens toepasbaar.
28
--------------------------------------------------------                                                             .
                                                                                                                   
1. zie noot 11, deel 1.
Voorzover 'socialist' werd geintroduceerd i.v.m de coŲperatieve ideeŽn van Robert
Owen en 'socialisme' i.v.m Saint-Simon, is de term hen mogelijk ontnomen door
ze weg te zetten als utopisch ('systemen improviserend voor de onderdrukte
klassen') en zelf voort te gaan als zodanig wetenschappelijk.
2. in Woongroepen. Individualiteit in groepsverband. T.Weggemans, S.Poldervaart,
H.Jansen.(eds.) 1985, Het Spectrum, Utrecht.
3. p.52. Merk op dat deze studie de gesignaleerde utopie-lacune en wellicht de veronderstelde vergeettermijn inkort.
4. p.52                                                                                          
^
5. Afschaffing van privť eigendom van productiemiddelen zoals grond vindt een
historis verontachtzaamd alternativ in gelijke en zo blijvende toedeling aan
eenieder van deze eigendommen, met mogelijk gunstige effecten voor
bevolkingsgroei en een basisinkomen avant la lettre.
6. En daarmee eventuele 18e eeuwse robinsonaden die minder survival en meer
beter leven op basis van alternative productie en consumptie, eigendomsverhou-
dingen, ..., in zich hebben.                                                                            
7. Op schaalniveau van de staatkundige eenheid worden de utopieŽn veelal
aangeduid als ideologie of (politice, economise, sociale) theorie.
8. Zoals: mens op de maan, basisinkomen, internationale ontwapening, e.d.  
^
9. Zie 7, maar bijvoorbeeld ook: taal, geldstelsel, wetgeving, wegenstelsel.
10. Met voorbijgaan aan woongroep en leefgemeenschap, al dan niet stedelijk,
ten gunste van de woonwerkgemeenschap wordt in de verhouding samenzijn -
samendoen het samendoen meer vooropgesteld met mogelijk gunstige gevolgen
voor het samenzijn. 
11. p.27. Een gelijk recht op grond en doordacht gebruik ervan in samenhang met
goede wetgeving gaat genoemde kwaden eveneens tegen. Land-, fabrieks-, mijn-
. en andere arbeid dan geen of weinig 'gedwongen winkelnering'.                         
12. p.27. Opheffing van privť bezit als reactie wellicht op extreme bezitsongelijk-
heid overgeleverd uit feodale en andere tijden. 
13. Hebben fabrieksdorpen een rijke geschiedenis, in verband met mobiliteits-
winst die wonen bij werken en werken bij wonen oplevert, hebben ze als bedrijfs-
en kantoordorpen een potentiŽle toekomst.                                                     
14. Productie voor eigen/locaal gebruik op basis van individueel gelijkwaardig  
^
grondbezit zou daarbij interessant kunnen zijn. Het grondbezit immers, verpacht
aan de gemeenschap of aan leden ervan, kan met andere aandelen in natuurlijke
hulpbronnen een basisinkomen genereren en zodoende arbeidsplicht overbodig
maken.                                                                                                        
15. p.29
16. Gemeenschappen te associŽren met anarcho-communisten, tolstoi,
kropotkin en anderen zouden hier ontbreken.
17. p.56, 91 (appendix a)                                                                        
^
18. p.31
19. p.31                                                                                                       
20. p.33                                                                                                      
21. p.35                                                                                                 
^
22. p.36
23. p.38
24. p.46                                                                                                 
^
25. p.43                                                                                                       
26. p.47, zelfredzaamheid waarschijnlijk bedoeld als voor-zich productie want
anders aanzienlijk meer afhankelijk van markt, banen, uitkeringen.
27. In overeenstemming met tijdgeest en 'marktvraag' die het relationele
'gemeenschap' hoger waardeert dan het materieele self-support. Daarom,
afgezien van woningnood, deels wellicht meer utopisch in de zin van onhaalbaar
omdat het relationele zich veelal moeilijk laat sturen en eerder indirect, ongewild
resultaat boekt.
28. Ook de stedelijke woongroep, die met locale grondstoffen en veel doe-het-zelf
qua consumptiepatroon de overwegend autarke rurale huishouding gelijkt, komt
aldus een ideaal van zelfredzaamheid aardig nabij. 
                                                                                                             
^
====================================================
                                                                                                   
^








geeft het Unwin-Parker ontwerp en op de pagina's bijgevoegd plattegrondje van
Letchworth (1956?) de indruk er nogal van af te wijken. Weliswaar een agrarische
zone en min of meer langs spoorlijn, maar plaatselijke productie van grondstoffen
en producten ? 

Dat de concentrise circels van het stratenplan werden losgelaten zou, gegeven
glooiing van het landschap, slechts winst zijn, de toch wel aantrekkelijke variant
op het veel toegepast ruitjespatroon mogelijk meer geschikt voor vlakland.
In hoeverre zelfvoorziening, ook bij een beperkt aantal eerste bewoners, in de
practise uitvoering werd ingecalculeerd en toegepast, blijft open voor nader
onderzoek.
In het oorspronkelijk ontwerp, met steengroeven, bosaanplant, waterkrachtcentra-
le, tal van industriŽle bedrijven waaronder ongetwijfeld houtzagerij, smederij,
weverij, en uiteraard ziekenhuis, school en dergelijke, schijnen de wegen ertoe
nogal vrijblijvend. (3)

Had het Howard model voorgangers en tijdgenoten (4), misschien ook in Neder-
land, de weliswaar aangepaste daadwerkelijke realisering zou het internationale
succes ervan kunnen verklaren.

Uit een toelichting op De Kleintjeskamp, Doetinchem: De vormgeving van de
volkshuisvesting was aanvankelijk een probleem. Er was in 1920 nog geen model
voorhanden om goedkoop en goed te bouwen in grote aantallen. De huurkazernes
van speculatiebouwers waren niet navolgenswaardig, de verheffing van de arbeider
vroeg om een ander beeld. ...
De woningen waren voorzien van een flinke tuin met een schuur zodat er een
varken kon worden gehouden. Er was een winkel in de buurt. Het geheel lijkt een
uitwerking van de tuindorpgedachte.

(De Engelsman Ebenezer Howard propageerde aan het eind van de negentiende
eeuw een open bebouwing in kleine dorpen die zelfvoorzienend waren. De
Engelse tuinsteden die daaruit waren ontstaan golden als voorbeeldig)
http://home.planet.nl/~joepdeg/vhvdtc/intro9.htm

Nu, honderd jaar en twee wereldoorlogen later, zijn de ruimte, het groen en soms
de vormgeving in de wijken nog altijd mooi meegenomen, al waren ze slechts een
druppel op de stedebouwkundige plaat die naoorlogs, industrieel economis
gestuurd, met grootschalige flat- en kantoorbouw de nieuwe zakelijkheid alom in
onprettige praktijk bracht.
Met het oog op actuele energie-, milieu- en mobiliteitsproblematiek ware progres-
sieve uitwerking indertijd van zelfvoorzieningsaspecten: plaatselijke productie van
grondstoffen en producten, wonen bij werken, scholen en recreŽren, ..., gewenst
geweest.
Alsnog, bij wijze van upgrade, zouden zodanige elementen er hier en daar in
kunnen worden gebracht, zoals wijkboerderij, bedrijven/kantoren met locale
huisvestingsvoorrang voor personeel, en dergelijke.
-------------------------------------------------------------
1.To-Morrow: Peaceful Path to Real Reform, 1898.
2. 5000 acres voor 32.000 inwoners is ruim 6 inw. per acre (4000m2) of 1 per 625
m2. Voor zelfvoorziening, inclusief stoffen voor kleding en niet al te veel brandhout
zouden al gauw 2000 m2 vruchtbare grond per inw. zijn vereist.
3. Utopia Britannica, Hertfordshire, geeft niettemin enkele interessante projecten
in Letchworth, en elders.
Mogelijk is de Howard blauwdruk iets voor een simulatie model, waarin digitale
spelers het concept trachten uit te voeren. Voldoende halfwoestijn, wat water,
gesteenten en geld dat wordt afbetaald middels donatis, basisinkomen, vormen
van export, toerisme. Beperkte materiŽle import, waarschijnlijk geen spoorwegen
en intern merendeels autovrij. Nieuwkomers stromen er druppelsgewijs toe, want
voorzover plaatselijk geproduceerd voedsel, onderdak, werk, scholing en overige
faciliteiten aanwezig. Een en ander volgens gegevens onder meer van
ambachtelijke en licht machinale productiviteit.
Het spel, te ontwikkelen uit kleinere eenheden ? kluizenaarsoptrek,
gezinstuinhuis, woonwerkgemeenschap, zou min of meer synchroon kunnen
lopen met eenzelfde natuurlijke werkelijkheid en zo wederzijds expertise
opleveren.
4. Onder meer: In the early part of the nineteenth century, several Village
Associations were set up to build around the London metropolis, e.g. around Ilford
for 5-6000 people in 1848. The ideals were as follows; very similar in fact to the
later design constraints of the Garden City Prospectuses:
"Air and space, wood and water, schools and churches, shrubberies and gardens,
around pretty self contained cottages in a group neither too large to deprive it of
country character, nor too small to diminish the probabilities of social
intercourse." (Edinburgh Magazine. Dec. 1848.)
http://www.rickmansworthherts.freeserve.co.uk/howard1.htm
En: Dit geldt voor de garden-city van Howard (1850-1928) en in sterkere mate nog
voor de regionale stad van Geddes (1854-1932), ideeŽn met een sterke nadruk op
individuele vrijheid, natuurlijke omgeving en autarkie.
http://www.kennisland.nl/Kennisland/de_Bron/boekenclub/G-I/Hall,_P.html (exit)
------------
Zie evt. ook Meer tuinstad, nwsbrf 33. En vergelijk zogewenst Studio uitgaven: Zelfvoorziening in stadsverband, Autarceia, Zelfvoorzienend wandelen politiek, Voorbij de groene grens, Duurzaam ... .                                             .
                                                                                                    
^