<                                   nieuwsbrief zelfvoorziening
-------------------------------------------------------------------------------------------------
18                                                   jul.aug.sep '05 


oorsprong van de stad                                                                          citaat

commentaar bij een covertekst

utopische verkenningen 4

                          
  .
Oorsprong van de stad

Daarom laat Marx, in zijn studies over prekapitalistiese maatschappijvormen
1 ,
met elke bepaalde produktievorm impliciet een bepaald vestigingsmodel korres-
ponderen. Schematies voorgesteld komen zodoende het zelfvoorzienende dorp en
de stad, als een overtollig element (...), overeen met de 'aziatiese' vorm, de stad
als koncentratie van grondeigenaren met de 'antieke' vorm en de afzonderlijke,
vrijstaande woning met de 'germaanse' vorm enz.
---------------------------------------------------------------------
Over de oorsprong van de stad, een histories-materialistiese verklaring, Sergio
Staino, 1971, vert. uit italiaans, 58 blz. Ekologische Uitgeverij, Amsterdam 1980.

Het werkje vanwege de titel op een tweedehands boekenmarkt gekocht.
Plato immers, bij monde van dialoogpersonage Socrates, heeft het in Politeia over
de oorsprong van de stad, nogal terloops en als vertrekpunt van een redenering
over een 'ideale' stad(staat), die past in een onderzoek naar 'rechtvaardigheid'.
2
Mogelijk als eerste de vraagstelling formulerend, in de studie, die vooral betreffend
werk van Marx (omstreeks 1850) in critise uiteenzetting met enkele recentere au-
teurs toepast, niet vermeld. Wel komt het begrip 'synoikismůs' aan de orde, het
opgaan van diverse dorpen in een stad(staat), hetgeen uit het evenmin
aangeduide Politica (Aristoteles) afkomstig zou kunnen zijn.
2

Niet dat Plato, de recentere auteurs of Marx geheel toereikende verklaringen aan-
leveren, al kan de laatste de nodige analytise diepte, vertroebeld wellicht door de-
terministise dialectic, begrippen als productiekrachten, -verhoudingen en al te
stellige stelligheid, niet worden ontzegd.

Consensus lijkt er te zijn over de ontwikkeling tot (irrigatie)landbouw als hoofd-
voorwaarde voor de eerste steden, vanaf 7000 v.C.
In het jargon het niveau van de productiekrachten: landbouw, werktuigen, am-
bacht, arbeidsorganisatie ?, in samenhang met de productieverhoudingen: eigen-
doms- en bezitsrechten, toedeling producten ?, waaruit de vroege steden (5000-
3000 v.C) noodzakelijkerwijs zouden voortvloeien. De mogelijkheid van
(variŽrende, ontwikkelende) imitatie van eerste zodanige innovatie, wordt terzijde
gelegd.   
.

Vooral de sumerise periode
3 en enkele latere midden-amerikaanse culturen wor-
den uitvoeriger behandeld. In bovenvermeld citaat
4 tot en met de zg. 'aziatische'
vorm, waar de eerste sumerise nederzettingen overigens significant van af zouden
wijken. De andere stadstypen komen verder niet aan de orde, wel een resumť van
de marxistise stadstheorie plus een onuitgesproken toepassing op het (voormali-
ge) heden, waaruit een rechtvaardiging voor grootschalige sloop en troosteloze
flatbouw zou zijn af te leiden.
5

In de sumerise steden, waar de woningen in nabijheid van de diverse tempels lig-
gen, arbeidsverdeling nog gering en (deel)werkzaamheid in de landbouw alge-
meen, is de grond, zoals in de voorafgaande dorps(stam)gemeenschappen, ge-
meenschappelijk eigendom en wordt evenals gemeenschapstaken en verdeling
surplusproduct middels de tempel geregeld. 
Er is nog geen koning en heersende klasse. Het bestuur geschiedt door een raad
van ouden. Kortom, het oercommunisme van de dorpen verplaatst naar het hoger
niveau van de stad, voormalige knellende familie- en stamverbanden daarbij ont-
bonden.
6

Dit vestigingsmodel tevens productievorm in gedeeltelijk tegenstelling tot het vroe-
ge Egypte en Midden-amerika, waar de 'aziatise' vorm van meet af aan aanwezig
zou zijn: een overtollig (SuperfŲtation) stedelijk machtscentrum met 'woningen'
slechts van de despoot plus gelieerde groeperingen. Producten en diensten uit
omringende plattelandsdorpen vooral voor private paleizen en grafwerken in plaats
van voor gemeenschappelijk nut aangewend.
Met andere woorden, verdwijnt een zodanige stad dan verandert er voor het
merendeel van de inwoners van het 'verenigd plattelandsrijk' nauwelijks iets.

Onvermeld hierbij blijft dat een zodanige ontwikkeling, die onder andere Maya py-
ramidecomplexen vanwege langdurige droogte of anderszins wel trof, dorpelingen
en aantallen 'stads'bewoners buitengewoon veel werk moet hebben gescheeld,
waar dan een mogelijk gemis aan veiligheid
7, ceremonieel, en gebeeldhouwd of
getekend schrift, kalender, mythologie, tegenover zou staan.                             
.

Een bedenking van toepassing eveneens op hunebedden, stonehenge, ..., kathe-
dralen, waarvan betrekkelijk weinig echt mooi, op internationale handel
8 en, naar
alle waarschijnlijkheid, aanzienlijke sectoren van actuele productive en consump-
tive verrichtingen.  

Volgens een zodanige overtolligheidsbenadering waren eveneens de sumerise
tempelcomplexen, waar dynastieŽn, paleizen en heersende klasse niet lang op
zich lieten wachten, weliswaar goed voor werkgelegenheid en 'culturele' ontwikke-
ling, maar veeleisende irrigatiewerken, veiligheid, cultuur zouden ook natuurlijker
en eenvoudiger kunnen. Het wiel daarbij gewoon voortrollend, wegen en gemeen-
schappelijke verdediging niet verwaarloosd en schrift, geld, astronomie en -logie in
trager ontwikkeling.

Werd het deels geÔdealiseerde oercommunistis gemeenschappelijk eigendom
9
spoedig monopolie van machthebbers, een 'grondwet' die de natuurlijke hulpbron-
nen cq productiemiddelen meer concreet en onvervreemdbaar in handen van de
bevolking legt, dat wil zeggen toedeelt aan eenieder, zou de volkssouvereiniteit
wellicht steviger verankeren en een rem op al te sterke bevolkingsgroei inbouwen.

---------------
1. Formen, die der kapitalistischen Produktion vorhergehn. In Grundrisse der Kritik
der politischen Oekonomie. ned.vert. Voor-kapitalistische maatschappijvormen,
Pegasus, Amsterdam 1976.   
2. Zie evt. Zelfvoorziening bij Plato, Aristoteles. Studio zelfvoorziening, ' 98.      
^
3. Aan de hand van The birth of a civilization in the near east, Henry Frankfort,
1954. Vert.: Het ontstaan van de beschaving in het Nabije Oosten, Het Spectrum,
1961.
4. Zodra de dorpen eveneens de centraliserende tempel-, paleisstad van
producten en diensten voorzien zijn ze in die zin niet alleen zelf- maar ook
andervoorzienend.
5. Blz. 57, 58. 'De stad van de industriŽle revolutie, dus de stad die wij hebben ge-
Žrfd en ontwikkeld, is ontstaan om te beantwoorden aan de eisen die de verhoging
van het nivo van de produktiekrachten stelde; momenteel lijkt deze vestigingsvorm
in het tegenovergestelde veranderd te zijn, iets dat de verdere ontwikkeling van de
produktiekrachten niet versnelt maar juist afremt. Het huidige vestigingsmodel
wordt gehandhaafd, gekorrigeerd en hardnekkig 'gerationaliseerd' vanuit de
belangen van de heersende klasse, ... . Dit model wordt echter steeds tegenstrijdiger aan de verhoging van het nivo van de produktiekrachten, die een
radikale verandering van hun ontwikkelingsvormen, de nederzetting dus
inbegrepen, vereisen.' 
6. Misschien wordt een ideaal communisme hier deels 'ingelezen'.
Merkwaardig verder is dat ondanks meerdere verwijzingen naar 'sovjet' literatuur,
zoals Algemene Geschiedenis uit de Encyclopedie van de Akademie der Sovjet-
wetenschappen, ook tussen de regels door geen hint naar heersende klasse en
despotie aldaar valt te ontdekken.
7. Het onderling conflict van de dorpen verplaatst naar het niveau van de stads-
rijken.                                                                                                           
^
8. Zie nwsbrf 4, Kloostertuinen 2.
9. In culturele antropologie of volkenkunde in vele varianten beschreven.           
^
---------------------------------------------------------------------------------------------
4'10. Vergl. evt. http://www.flwi.ugent.be/cie/aristoteles/3productiewijze.htm
Aristoteles' Praktische filosofie, Herman de Ley. [7' 08]
                                                                                                                 
^
Commentaar bij een covertekst

'Alle mensen, ook toekomstige generaties hebben recht op een gelijk aandeel in
het gebruik van de aarde en haar rijkdom; de natuurlijke bestaansbronnen. Wie
voor persoonlijke doeleinden, met uitsluiting van anderen, over een bestaansbron
beschikt, bijvoorbeeld grond, dient daarom het voordeel uit dit voorrecht ten volle
te vereffenen met de gemeenschap.' 
1

Met de eerste zin zou niets mis zijn, integendeel, deze formuleert hťt uitgangs-
punt voor sociaal progressieve ideologie, ook retrospectief.
Velerlei uitwerking ervan is uiteraard denkbaar, met name het gelijke aandeel en
de natuurlijke bestaansbronnen.
2

Met betrekking tot het gelijke aandeel is overdracht aan evenveel kinderen wellicht
inbegrepen. Immers, de kinderloze geen, het eenkindgezin een en het veelkindge-
zin veel gebruik van de aarde in een volgende generatie.
Een algemene, sociale regeling van het kindertal per volwassene tot een, twee (of
meer) ligt aldus voor de hand, overbevolking zo ook tegengaand. 

De bestaansbronnen hier eveneens beperkend tot voorbeeld grond, voorbijgaand
aan ondergrond, water, lucht, ether, ruimte, ..., en de grond beperkend tot woon-
en agrarische productiegrond.
Grond voor wegen, bedrijfsterreinen, sportvelden en andere publieke functies
beschouwd als gepacht uit de gelijke aandelen.
3
Typisch voor de resterende gronddelen is vervolgens dat velen hun agrarisch deel
eveneens zullen verpachten en hun woonkaveldeel slechts kunnen betrekken uit
hetgeen er aan kavels, veelal met opstal, beschikbaar is.

Een geŽvolueerde maar nog altijd aanwezige grondprijs
4 zal daarbij het 'gelijk'
vooral naar geldwaarde invullen, zodat duur wonen krap en goedkoop wonen ruim
is, voorzover kavels boven of onder de gemiddelde waarde niet bijbetalen of
ontvangen. 
Waarschijnlijk blijft ook dat voor een specifiek kavel meerdere belangstellenden
zijn en waarbij loting op korte termijn uitkomst kan bieden.

Belangrijke voorwaarde bij geschetst arrangement lijkt een gedurig recht op woon-
kavels zonder opstal, zodat aan verlichte regels gebonden nieuw(zelf)bouw in con-
currentie kan blijven met oudbouw en 'gedwongen winkelnering' is uitgesloten.
Eenzelfde voorwaarde geldt dan eveneens de agrarische woonwerkkavels, die in
hun primaire staat veelal betrekkelijk klein zijn, maar groeien naarmate voor markt-
productie grond van anderen wordt gepacht.

Overeenkomstig een zodanig scenario voor een grondpolitieke 'shake out' zou de
tweede zin ongeveer kunnen luiden als volgt:

Wie
5 meer dan gemiddeld over een bestaansbron beschikt, bijvoorbeeld grond,
dient daarom dit meergebruik te vereffenen met de overige (volwassen) individuen
in de gemeenschap.
----------------------------

1. Grondvest, kwartaaluitgave van Stg. Grondvest, pb. 60051, 6800 JB Arnhem.
Op internet per www.sdnl.nl.
Een antwoord op toegezonden overeenkomstig commentaar bleef uit.
2. In hoeverre uitbreiding met cultuurlijke bestaansbronnen zoals 'kennis' logis en
wenselijk is behoeft nadere analyse.  
3. Het gelijke aandeel, aan te duiden als basisbezit, voorziet aldus in een geldin-
komen voor zover geen of ondergemiddeld gebruik van vermelde faciliteiten.
Omdat eveneens wordt ontvangen voor aandelen ondergrond, water, lucht, ether,
ruimte, ... (delf-, vis-, vaar-, lozings-, vlieg-, zend-, ruimte- en ... recht) zou aldus
een bestaansminimum zijn gegarandeerd.
4 Zie evt. Zelfvoorziening onder gelijkheid en het innen van grondrecht, Studio
zelfvoorziening, ' 85, 02.
5. Natuurlijke personen. Rechtspersonen pachten, huren productiemiddelen van
hen.                                                                     
---------------------------------------     ^
                                                                                                      
^
Utopische verkenningen 4 

Voorafgaand weer aan De utopische verleiding' verscheen in ' 96 Ecologische uto- pieŽn, ecotopia's en het milieudebat.
In zoverre, de utopieŽn van More, Thoreau, Morris, Howard, Skinner, Huxley en Callenbach (Ecotopia) uitgelicht op hun soms verrassend talrijke ecologise aspec- ten.

Zoals eerder aangegeven valt Thoreau's Walden, 1849, moeilijk een utopie te noe- men. Het is geen fictie, of uit te voeren plan, al bevat het wat boodschap.
In wonderlijke tegenstelling toch wel tot de Walden citaten waarmee het boek o- pent en klaarblijkelijke waardering voor het ecologis en natuurlijk leven aldaar, acht auteur de leefwijze nadrukkelijk niet geschikt om na te volgen of voor bredere
maatschappelijke toepassing, te individueel, te weinig comfort.                          
.

Ook naar het socialer Walden two, 1948, zou ie niet willen verkassen, te geÔso- leerd, teveel sociale controle. Noch naar een van de andere vertelsels.
Een denkbeeldig vertrekpunt daarbij uit het laagst gewaardeerde kwart van actuele
werk- en woonplekken, plus wat inspraak en handelingsvrijheid, zou een van de Walden's of zelfs Utopia zelf alsnog buitengewoon aantrekkelijk kunnen doen voor- komen.

Het tussenliggende, 1900, Walden project van Van Eeden of diens ermee samen-
hangende 'utopie' van binnenlandse kolonisatie
1 blijft ook hier onvermeld.
De stap uit theorie in practijk kan er niettemin goed aan worden onderzocht, de uiteenzettingen indertijd met andere 'linkse' groeperingen en opvattingen informa- tiv. 

Stap van woorden naar daden die aan de zelfvoorzienende Garden city' van Howard evenmin wordt toegelicht. Oogst vrijblijvendheid in het uitvoeringsscenario van het ontwerp waardering, vaststelling dat daardoor, ondanks de vele middelen, er niets of nauwelijks iets van terecht kwam, blijft achterwege.
2

News from nowhere' van Morris, 1891, komt in de ecologise samenvatting als her- boren tevoorschijn en blijkt z'n tijd ver vooruit te zijn geweest, al zal lezing in het oorspronkelijk engels waarschijnlijk niet meevallen, is er het eigendom gemeen- schappelijk en geld afgeschaft.

Callenbach's Ecotopia wordt misschien wat te serieus genomen. Het stal van de uiteraard nogal chaotis improviserende 'mother earth' grass root werkers en pio- niers meer de show dan hen te voorzien met treffende en bruikbare sociaal-ecolo- gise inzichten en of handelingsoptis.
Werkelijkheid omgezet in utopie, zoals de onlangs door de BBC heruitgezonden tv comedie The good life, waar de voor velen nogal verontrustende bio-eco trend licht anti-utopis werd geneutraliseerd.

Koude douche

De voortreffelijke ecologise samenvattingen worden in erop volgende evaluatis re- gelmatig afgesloten met een koude douche, waarin aanzienlijk afstand wordt geno- men van het eerder met sympathie toch beschrevene. 
Een tegeneffect dat de studie als geheel eveneens kenmerkt. In deel IV, Nadere analyse, wordt de vertellingen nogal wat onjuists toegeschreven en betrekkelijk bars de maat genomen:                                                                                  
.
'Zo houden de besproken denkers weinig realistisch vast aan de visie van de uto- pie als perfecte bouwtekening en volledig in de werkelijkheid te realiseren ideaal, terwijl daarnaast in hun ecotopia's over het algemeen een onaanvaardbaar stati- sche eindtoestand wordt beschreven. Een aanmerkelijke beperking is ook dat de- ze ecologische utopieŽn een verregaande mate van isolement veronderstellen en een veel te beperkte variatie in levensstijlen te zien geven. Daarenboven zagen wij dat de ecologisch-utopistische denkers de voordelen en geneugten van luxe en comfort onderschatten, c.q. de neiging vertonen de positieve kanten van soberheid en matiging schromelijk te overdrijven.'
3

Uitgangspunt van de studie was een algemeen gebrek aan vernieuwende denk-
beelden in onze tijd
4 zodat te rade werd gegaan bij ' veelomvattende visies en beeldende schetsen' uit het verleden. Niet zonder resultaat overigens:

'Economische zelfvoorziening is eveneens een terugkerend uitgangspunt dat door de ecologisch-utopisch denkers wordt verdedigd. Te beginnen met Thomas More kiezen zij voor een economie die zoveel mogelijk zelfvoorzienend is. Weer is het Thoreau die de meest extreme positie inneemt. ... Ook Morris, Howard, Skinner, Huxley en Callenbach pleiten voor 'autarkische', zichzelf bedruipende en economi- sche onafhankelijke gemeenschappen en een principiŽle beperking van het han- delsverkeer.'
5

Maar zijn het niet vooral wetenschappers in plaats van utopisten die met goede i- deeŽn dienen te komen. Fantaseren, bedenken, ontwerpen een erkend onderdeel toch van wetenschappelijke activiteit:

'Zij (de utopisten) zouden zich beter kunnen concentreren op het nadenken over een alternatief sociaal systeem dat in een 'dynamisch evenwicht' verkeert, dat wil zeggen dat er voldoende veerkracht is ingebouwd, zodat het systeem telkens op eigen kracht een nieuw evenwicht kan weten te vinden. Het lijkt al met al essenti- eel op zoek te gaan naar democratisch functionerende, flexibele en responsieve politieke instituties die in staat zijn te zorgen voor voldoende aanpassingsvermo- gen, zodat de stabiliteit van het sociale, economische ťn ecologische systeem voldoende gewaarborgd kan blijven.' 
3                                                              .

Uitstijgend dan wel uiteraard boven het sociaal wetenschappelijk behangproza dat, laatste kwart van de vorige eeuw, onder meer Volkskrant's Forum aardig
documenteert.
6   

Luxe en comfort

Zouden de utopieŽn meer in hun waarde kunnen worden gelaten, een hoofdstukje De ontmaskering van de utopie' al dan niet met vraagteken, geeft utopie-critici als Machiavelli, Burke, Marx, Popper weinig weerwerk, terwijl toch ook Burke zo lastig niet te amenderen zou zijn.

Een veilig midden houdend eveneens in een luxe-comfort versus soberheid-mati- ging tegenstelling, dwz overhellend naar ligbad, vaatwasmachine, hoogrende-
mentsketel, nul-energiehuis (tig apparatuur), voldoende vliegreizen ? streepjespak
? ... .

In plaats van creativ te koersen op soberheid en matiging: uitslapen, duurzame noorse sokken, veel buitenlucht, plukvers groenvoer, wonen bij werken, werken bij wonen, minder media, wandelvacantis uit en of thuis, ... .

In het verlengde van voormalig Potma-scenario 'energiebesparing met behoud van comfort'
7 en inmiddels al weer verouderde, er niet uitziende, veel (subsidie)geld opgeslokt hebbende eco-huizen en -apparatuur, lijkt koersen op comfort middels
' technologie' zonder eraan voorafgaande 'structurele' veranderingen vooral een
kwestie van overheid en burger op kosten jagen.

Deze bevestigend in talrijke politiek en kijkcijfer correcte beleids- en gedragsbe- slissingen die in het licht van voortgaande milieu, energie, economise groei analy- ses gedurig achter de feiten aan zouden lopen.
-------------------------------------------------------------------

1. De amerikaanse droom van Frederik van Eeden, Marianne Mooijweer, De
bataafsche leeuw, 1996, hfdst.1.
2. Een wat gratuit anti-blauwdruk denken dat het risico loopt te worden onderge- sneeuwd door de veelheid van 'blauwdrukken' waarbinnen de sociale werkelijkheid functioneert: technis, financieel, administrativ, organisatoris, juridis, ... .  
Vergelijk het maakbare samenleving clichť dat voorbijgaat aan het gegeven dat de samenleving (meren)deels gemaakt wůrdt.                                                   
^
3. blz.205
4. blz.12. Zijn ze er niet of worden ze niet gezien ?
Zo lijken stijlkenmerken van Zelfvoorziening en anarchisme, 1988, blz.11 plm, wat te resoneren in Nadere analyse. Toeval waarschijnlijk, niettemin, het in die brochu- re aangeduide 'natuurlijke hulpbronnen gelijkelijk in handen van eenieder ipv in die van staat of gemeenschap' was en is een best ideologis alternativ.
Of het op enige schaal verspreide Autarceia, 1991, 4 blz., waarin een eigentijdse variant van de Garden city' gedachte van Howard voorhanden is.
Wellicht staat auteur alleen in z'n roep om vernieuwende denkbeelden.
5. blz.173.                                                                                                 
^
6. In geen of bijna geen van betreffende beschouwingen wordt sociale zekerheid, dwz de basisbehoefte inkomen (cq. product) met enige stelligheid als uitgangs- punt, axioma genomen voor verantwoord beleid.
In diverse toonaarden houden welbetaald werkenden, zich waarschijnlijk kansrijk achtend, deze zekerheid onzeker of open, zich zo wat macht, werklozen en ande- ren onmacht toedichtend.
Door de basisinkomens ('gelijke' kansen, zekere resultaten) op te vatten als een functie van de gehele inkomenssom en ze te koppelen aan de topinkomens zullen de laatsten zich inspannen ze op peil te houden en zoveel mogelijk in minimumin- komens om te zetten zodat ze althans werk opleveren. 
Aan liberalen en socialen vervolgens de zachtere of hardere arbeids- en scholings- dwang aan te pakken, verantwoordelijken prikkelend tot attractiv aanbod in deze.
7.Het vergeten scenario / minder energie, toch welvaart, Theo Potma, Meulenhoff Informatief, 1979.                                                                                        
^
------------------------        
                                                                                                              
^