<                                     nieuwsbrief zelfvoorziening
------------------------------------------------------------------------------------------------------
33                                                                          jan - jun '11

Walden goodbye

Walden vijf 3, koop minder, koop anders, produceer zelf

Meer tuinstad

Voor ieder naar behoefte
            
  .
                                                                                                                    
Walden goodbye                                                                   jan '11

Pamfletgedicht Model, 1974. Erin zelfvoorzienend tuinhuis Walden 3. Omschreven
, toegelicht. In honderdvoud verspreid, poezie onderwijl verder ontwikkeld. In 1976
gevat in een bundel, Walden drie, poëtis essay.

Walden, Thoreau, 1849. Een vertaling bij Meulenhof, 1972. Walden two, 1946,
Skinner, werd later vertaald.
Vanuit oppervlakkige kennis van Van Eeden en Walden aan het imago van 't
laatste vooral in 't gedicht refererend. Kernachtig statement in de veelzijdige 'terug
naar de natuur' trend toen in de tijdgeest.

De thematiek voortgaand uitgewerkt. In poezie en meer en meer proza. Schetsen,
ontwerpen, analyses, inzichten. Engagement op papier verweven met praxis van
publicatie en sporadise organisatie. (naast huis- en tuinvlijtige re creatie)

In 1999 en volgende jaren weergegeven in driedelig Walden vier. Een planologie
voor de voetganger, Zelfvoorziening, Autarceia. 

Pc en internet vooral leidde tot een vijfdelig Walden vijf. Jaren 2001-'10 in voortge-
zette overeenkomstige verslaglegging.
Walden vijf 1, 2 en 3 inmiddels gereed, de laatste spoedig uit te komen.

Einde aldus van Walden drie - vijf periode. Wat volgt valt buiten het 'format'.
Al ligt het voor de hand dat reflectis ervan Nieuwsbrief zelfvoorziening' zo nu
en dan bereiken.

Het in ' 72, 73 aan pamfletgedicht Model voorafgaande werd verzameld in
Een reis naar de rand van het derde millennium. Aandacht daarvoor een
volgende keer.
                                                                                                    
^
------------------------------------------------------
                                                                                              feb '11

Walden vijf 3, koop minder, koop anders, produceer zelf.
        

                                             
html editie, 130 blz.      inzage

                                                                                                   
^
-----------------------------------------------------

Meer tuinstad                                                                    mrt.apr '11

Van tuinstad tot ecopolis, Jozef Keulartz, 2002. Opgenomen in Utopie, utopisch
denken, doen en bouwen in de twintigste eeuw. Zie Utopische verkenningen 5,
nwsbrf 19.
1

Komt in de inleidende alinea de tuinstad van Ton Lemaire (Met open zinnen) niet
best uit de verf, in het vervolg de 'tuinstad-traditie' op zich zeker wel. Veel aanvul-
lende informatie. Interpretatie evenwel minder en minst. Vergelijk Tuinstad, nwsbrf
16. En evt. Utopische verkenningen 4, nwsbrf 18. 

"Tussen het al wat oudere concept van de Tuinstad en het meer recente concept
van de Ecopolis bestaat een sterke verwantschap, zowel qua architectonisch
ontwerp als qua achterliggend utopisch maatschappij-ideaal. De Tuinstad, zo
blijkt uit deze schets, heeft eerder latent dan manifest – gediend als een instru-
ment van sociale controle in een tijd van snelle industrialisatie en urbanisatie. De
belangrijkste vraag die hierdoor wordt opgeroepen luidt of niet ook het nieuwere
Ecopolis bepaalde functies in de sfeer van de sociale controle vervult." 
2

Kan het oorspronkelijke 'tuinstad' ontwerp van Ebenezer Howard  (1898,1902)
mogelijk vooral qua benaming in verband worden gebracht met de van veel groen
en tuin voorziene wijken (ook wel dorpen genoemd) die er zich middels Unwin en
Parker (Letchworth
3) later op beriepen, overeenkomsten van de Howard blauw-
druk met 'Ecopolis' concepten liggen nogal eens in de (agrarise) zelfvoorzienend-
heid van de stadsontwerpen.

In de tuindorpen en -wijken een sterk motief van sociale controle te zoeken, meer
dan, in vergelijking met slums en woonkazernes, een streven naar menselijker
woonomgeving, zou voort kunnen vloeien uit een vertekenend vooroordeel.

"Het tuinstadconcept werd door de maatschappelijke elite ingezet als een mach-
tig wapen ter bestrijding van de sociale onrust als gevolg van de snelle industria-
lisatie en de hiermee gepaard gaande opkomst van grootstedelijke agglomeraties,
die als broeinesten van anarchie en communisme gevreesd werden." 
4
                                                                                                                     .
"Doel van deze hele woningbouwpolitiek was het opkweken van een gezonde
“mijnwerkersstam”. Dat men hierin tenminste gedeeltelijk slaagde bleek uit het feit
dat de tweede generatie mijnwerkers aanzienlijk tammer en gedweeër was dan de
eerste. Men had lering getrokken uit de boodschap die Friedrich Engels in Zur
Wohnungfrage zo geformuleerd had: “Om de moderne revolutionaire proletarische
klasse te creëren was het absoluut noodzakelijk, dat de navelstreng die de arbei-
der in het verleden aan de grond kluisterde, werd doorgesneden. De handwever,
die naast zijn weefgetouw, zijn huisje, zijn tuintje, zijn lapje grond had, was on-
danks alle ellende en politieke onderdrukking een rustige, tevreden man, gods-
vruchtig en rechtschapen; hij nam zijn hoed af voor de rijke, de priester en de
staatsambtenaar; en hij was innerlijk een en al slaaf”."
5

Of 'men' (vooroorlogse woningbouw beleidsmakers in de Limburgse mijnstreek)
betreffende boodschap van Engels kende, blijft een vraag, evenals of auteur een
revolutionaire klasse gehuisvest in woonkazernes (en werkend in lawaaierige,
gevaarlijke textielfabrieken) aan verelendung ten prooi, toch eigenlijk prefereert.

Vast wel staat dat voornoemde de betrekkelijk zonnige, groene en gezinsvriende-
lijke wijken in nationaal socialistise schoenen schuift 
6 en verderop stelt De tuin-
stad kan worden beschouwd als de bevolkingspolitieke pendant van het op indivi-
duele disciplinering gerichte Panopticon."
7

Daarbij een aardig staaltje hineininterpretatie weggeeft en merkwaardig genoeg
voorbijgaat ook aan inmiddels toch wel bekend veronderstelde sociale controle in
diverse 'proletarische klasse' regimes, waar het meedogenloze Engels citaat op
vooruit lijkt te lopen.

Gelardeerd hier en daar met nu waarschijnlijk als onzinnig te duiden speculative
abstractis van coryfeeen als Geddes, Mumford, Foucault, blijken de onschuldige,
woonvriendelijke wijkjes een last aan revolutionaire theorie en diepgaande filosofie
te torsen.
                                                                                                                     .
Voortgekomen uit antwoorden op verschrikkingen van industrië, grootstad, econo-
mie, geraakte de Tuinstadbeweging op de achtergrond "toen het Nieuwe bouwen'
de tijdgeest voor zich wist te winnen. Symbolisch genoeg viel Howards sterfjaar
1928 samen met het oprichtingsjaar van het Congrès internationaux d’architecture
moderne' de organisatie van het Nieuwe bouwen, waarin de “cité jardin verticale”
van Le Corbusier als exemplarisch gold."
8

Ecopolis

Een soort tuinstad revival evenwel diende zich aan. "Het voornaamste keerpunt in
deze ontwikkeling wordt gevormd door Dennis Meadows’ Limits to growth (1972),
het eerste rapport van de Club van Rome, een internationaal gezelschap van in-
dustriëlen en wetenschappers dat zich zorgen maakte over een aantal mondiale
trends: de versnelde industrialisatie, de expansieve bevolkingsgroei, de wijdverbrei-
de ondervoeding, de dreigende uitputting van niet-vervangbare grondstoffen en de
toenemende milieuvervuiling."
9

De industriële samenleving was geen haalbare kaart ! Aan de zondvloed van op-
lossingen en antwoorden die er ook in de sfeer van wonen en bouwen op volgde,
doen vermeld Eco-utopia, Ecotopia en Ecopolis niet al te veel recht.  

Het verhalend genre ( Eco-utopia, Ecotopia
10) daargelaten was in tegenstelling
tot Ecopolis, Ecovillage een duidelijk 'merk' met uitgewerkt concept, diverse prac-
tise toepassingen en een Global ecovillage network. Eco'dorpen' hier te lande
reikten in de meeste gevallen niet verder dan een vergader- en verenigingstraject.
Volgden later ook Ecowijken van verschillend kaliber. Eva-Lanxmeer te Culemborg
is ervan mogelijk een meest uitgesproken voorbeeld.

En qua ecologise en later duurzame stad is van aanzienlijk meer sprake dan
"decentralisatie en kleinschaligheid zijn ook de sleutelwoorden in de verschillende
Ecopolisconcepten die eind jaren tachtig op diverse plaatsen opduiken. Gemeen-
schappelijk eraan is de gedachte dat grote steden of metropolen opgedeeld moe-
ten worden in kleine steden of dorpen, die via groene verbindingszones en water-
en verkeerswegen netwerken met elkaar vormen."
11 
                                                                                                                     . Alhoewel ook in het Ecovillage concept niet expliciet opgenomen en mondjes-
maat soms in Ecowijken, vormen van (mens- en milieuvriendelijke) zelfvoorziening
qua voedsel, water, energie, bouwmateriaal, vervoer, afvalverwerking, ... , komen
overeenkomstig het Howard ontwerp regelmatig in ecostad benaderingen voor.
12

En merkwaardig genoeg, als een duveltje uit een doosje, in het 'sociaal democra-
tis' en buitengewoon rammelend slot van het artikel.

"Het ecopolis-concept vertoont gelijkenis met het tuinstad-concept, niet alleen
qua architectonisch ontwerp maar zeker ook qua onderliggend maatschappelijk
ideaal. In beide gevallen gaat de angst voor milieuvervuiling en mensenmassa’s
hand in hand met een idealisering van de natuur en een nostalgische hang naar
de kleinschaligheid en overzichtelijkheid van een pre-industriële plattelands-idylle.
André Gorz zag het ongetwijfeld juist toen hij naar aanleiding van ecotopia in het
algemeen opmerkte: “Communale autarkie heeft altijd een verarmend effect: hoe
meer zelfvoorzienend en numeriek beperkt een gemeenschap is, hoe kleiner de
ruimte voor activiteiten en keuzes die zij haar leden kan bieden. Wanneer zij geen
opening kent tot een gebied van exogene bedrijvigheid, kennis en productie,
verandert de gemeenschap in een gevangenis. Alleen de aanwezigheid van voort-
durend zich vernieuwende mogelijkheden tot ontdekking, inzicht, experiment en communicatie kan voorkomen dat het gemeenschapsleven verarmd en uiteindelijk
verstikt wordt”."
13
------------------------------
1 De zinsnede aldaar: Is het waarschijnlijk dat groen en eco, laatste kwart van de
eeuw, buiten beeld bleven ...(vnt 5)" wordt door 't artikel, dat aardig overeenkomt
met de ingeschatte teneur van het boek, gerelativeerd.
2 p.1
3 Utopia-britannica.org.uk/pages/Cloisters.htm
4 p.7
5 p.12
6 p.10
7 De architectonische vinding van de Engelse filosoof Jeremy Bentham. Lees evt.
verder p.10.  Het Panopticon is een ringvormig gebouw met in het centrum een
toren die via geblindeerde vensters uitzicht geeft op de binnenzijde van de ring. ...
8 p.3. Enkele hoofdletters gewijzigd, apostrofs toegevoegd.
9 p.12.
10 Vergl. evt. Ecotopia commentaar in Utop. verkenningen 4, nwsbrf 18.
11 p.14
12 Zie 'ecopolis' op internet. Of: Ruimtelijke ordening, Zelfvoorziening in stadsver-
band, Autarceia, Voorbij de groene grens, Duurzaam.  Resp. ' 76, ' 86, ' 91, ' 01, '
02. (Studio zelfvoorziening) 
13 p.15. Neemt André Gorz evenals Marius de Geus (Utop. verkenningen 4) fictie
voor werkelijkheid ? In het citaat een merkwaardige mengeling ook van fantasierij-
ke generalisering en caricatuur. Als voorstander van een basisinkomen (wikipedia)
blijkbaar niet beseffend dat 'communale' 'autarkie' ermee enorm zou kunnen wor-
den gestimuleerd.
---------                                                                                        ^
Zie evt. ook Tuinstad, nwsbrf 16.

> 10'013
. De actualiteit van Rachel Carson, een halve eeuw na Silent Spring, '013,
van dezelfde auteur, maakt veel goed; wat twijfelachtige slotbeschouwing. 

                                                                                                      .
Voor ieder naar behoefte                                                mei.jun '11

De leuze Door ieder naar vermogen, voor ieder naar behoefte' in loop van jaren
regelmatig aangetroffen, maar niet zo uitgelegd gezien dat ie als anders dan
vrome, idealistise, utopise wensgedachte overkwam.
1

Door ieder naar vermogen, okee eventueel, kun je minder dan hoef je minder, al
zullen die minder willen eveneens zijn vertegenwoordigd. Welwillenden echter zien
het door groepsbeïnvloeding waarschijnlijk geringe percentage door de vingers, of
letten er op dat de motivatie op peil blijft.    
Voor ieder naar behoefte' daarentegen gaat veel rationaliteit te boven. Behoeften
betrekkelijk grenzeloos, productie veelal beperkt en een mate van beloning naar
prestatie toch wel gemeengoed.

Slechts in uitzonderingsgevallen (productie overvloedig) en bij voldoende  con-
sumptive zelfregulering, zou de stelregel op kunnen gaan. Daarbuiten een minder
realistise opdat optie, een nobel streven, deels onbereikbaar.

Behoeftig 
                                                                                                     
.
Behoeften opgevat als noden, eerste levensbehoeften, verleent het gezegde een
realistiser status, betrekkelijk frequent aan te treffen in dagelijkse praktijk.
Naastenliefde, armen- en ziekenzorg, burenhulp, ..., in aanvulling op het normale
'je best doen' komen dan tegemoet aan veel en soms al het benodigde.

Wijst 'bedürfnissen'
1 mogelijk in deze richting, ook een motto van Gandhi 2, zou
een dergelijk 'naar behoefte' onderschrijven. Veel minder belovend, maar in schril-
le tegenstelling toch nog tot het soms eveneens realistise ' wie niet werkt, zal ook
niet eten', vooral als geen en anderszins tekortschietend werk voorhanden is.

Enkele bronnen

Een internet zoeken op ...' voor ieder naar behoefte' is karig in referentis. Enkele
instemmende weergaven van het beginsel, van kommunistise, anarchistise en
anarcho-syndicalistise komaf.
Een beschouwing Het gelukkige einde van de verzorgingsstaat, ' 97, geeft wat
aanvullende toelichting : "... veronderstelt echter een maatschappij van de post-
schaarste die dank zij de ontwikkelingsgraad van de moderne technologie (en
haar mogelijke omvorming tot een eco-technologie) niet langer een illusie is en
waar het oude socialistische principe ’van ieder naar vermogen, voor ieder naar
behoefte’ volle geldigheid zal verkrijgen."
                                                                                                                    
.
Een critise, door vertaling extra moeilijke bespreking in Municipale dromen, John
Clark, ' 02 : "Bookchins meest fundamentele economische principe roept ook
vragen op die nog beantwoord moeten worden. Hij beweert dat met het onder
gemeentelijk beheer brengen van de economie het principe ' van ieder naar ver-
mogen en voor ieder naar behoefte' als onderdeel van het publieke domein geïnsti-
tutionaliseerd wordt. ... Het debat over deze kwesties heeft echter een lange
geschiedenis binnen de ethiek en de politieke theorie; socialisten, communisten,
anarchisten en utopische denkers hebben er allemaal veel aandacht aan besteed
(om liberalen, zoals Rawls maar niet te noemen)." 
3

Bevestiging van de marxistise herkomst van de spreuk in een passage 
4 van
Trotski's De verraden revolutie.1936.
"Om de Communistische samenleving te karakteriseren, stelde Marx de volgende
beroemde formule voor: “Van ieder naar zijn vermogen, voor ieder naar behoefte”.
Deze twee delen van de formule zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden. ' Van
ieder naar zijn kunnen' in de communistische, in plaats van de kapitalistische
betekenis, betekent: Arbeid is geen verplichting meer en is een individuele behoef-
te geworden: de samenleving heeft geen dwang meer nodig. Alleen zieken en
abnormale mensen zullen weigeren te werken. Werken 'naar vermogen' – met
andere woorden, in overeenstemming met de geestelijke en fysieke gesteldheid,
zonder zichzelf schade toe te brengen – betekent dat de leden van de commune,
dankzij de hoge stand der techniek, voldoende de winkels van de maatschappij
weten te vullen, zodat de samenleving alles en iedereen ruimhartig van ' zijn of
haar behoeften' kan voorzien, zonder vernederende controle en toezicht. Deze
tweeledige, maar onscheidbare formulering van het communisme gaat dus uit van
overvloed, gelijkwaardigheid, een alomvattende ontwikkeling van de persoonlijkheid
en een hoge culturele discipline."

Enig wensdenken hier misschien niet vreemd. Mogelijk als reactie ook op de for-
mulering in de nieuwe (stalinistise) grondwet: ' In de Sovjet Unie is het principe
van het socialisme gerealiseerd; Van ieder naar zijn kunnen, aan ieder naar zijn
arbeid”. 
                                                                                                                    
.
Variant

Door ieder vrij naar vermogen, voor ieder naar arbeid en gezamelijk product' is
wellicht het hoogst haalbare in deze. Niet werkenden, om enigerlei reden, ont-
vangen ieders gelijke deel van het gezamelijk product, werkenden ontvangen
bovendien een beloning overeenkomstig hun productie, hetgeen het gezamelijk
product ten goede komt.
5

Een in ontwikkeling van socialisme, communisme, anarchisme overwegend ge-
miste toedeling aan eenieder van de productiemiddelen (grond, ondergrond, enz)
en waaruit een individueel basisbezit en -inkomen valt af te leiden
6,  resulteert in
een overeenkomstig: Door ieder vrij naar vermogen, voor ieder naar (gelijk en on-
vervreembaar) aandeel en arbeid.  
-------------------------------------------------
1 Onlangs: Na een aanloopperiode van twee jaar waarin bewoners zowel als
reglementen elkaar snel opvolgden werd Walden in 1901 een collectieve coöpe-
ratie, dat wil zeggen een woon- en werkgemeenschap die uitging van de leefregel:
'geven naar krachten en nemen naar behoefte'. In 1903 gaven de bewoners deze
organisatievorm echter weer op en werd Walden tot het faillissement in 1907 een
vereniging van productieve associaties.
De Amerikaanse droom van Frederik van Eeden, p.50.  Zie Coöperatieve kolonies,
nwsbrf 19.

Na een aanloopperiode (1899-1900) werd Walden in 1901 een collectieve coöpe-
ratie, met het motto ‘geven naar kracht en nemen naar behoefte’ (een motto dat
Van Eeden ironisch genoeg - en wellicht onbewust - ontleende aan Marx: ‘Jeder
nach seinen Fähigkeiten, jedem nach seinen Bedürfnissen’).
Utopisten en socialisten,  p.451. Zie Meer Fr. v. Eeden, nwsbrf 32.
                                                                                                                    
.
2 Het motto van de weggeefwinkels is ontleend aan Mahatma Gandhi: Er is ge-
noeg voor ieders behoefte, maar niet voor ieders hebzucht."
3 In Athene, webtijdschrift voor directe democratie, archief, Libertair
Municipalisme (athene.antenna.nl)
4 10. De Sovjet Unie door de spiegel van de nieuwe grondwet, 1. Werken 'naar
vermogen' en prive bezit.
5. Arbeid, productie en gezamelijk product uit te drukken in geld en nader te spe-
cificeren. Vigerende, al dan niet marktconforme, beloningen voor werk in de zin
van moeite doen, resultaat leveren, zijn soms uiteraard te hoog (visitekaartjes van
gemakkelijk geld vangende organisatis, gat in de markt gelukstreffers, ...) en in
andere gevallen te laag (zwaar, gevaarlijk, ongezond, ...). Procentuele afdrage aan
het gezamelijk product, waarin ieder gelijk deelt, compenseert de te hoge en te
lage verdiensten al wat.
6 Zie evt. andere nwsbrf artikelen.
--------------------------------------------------
                                                                                                  
^