Kloostertuinen 2

De bedoeling is per twee maanden een ander citaat op te nemen.
Resultaat veelal van een internet zoekactie op de term.
Inzendingen, al dan niet met commentaar, zijn welkom.

------------
De basis van de produktie immers waren niet de betrekkelijk weinige steden,
maar de boerenhoeven en de landerijen, hetzij van de kloosters, hetzij van de wereldlijke heren. En die hoeven en landgoederen produceerden niet voor de
markt, maar verbruikten zelf wat zij voortbrachten en brachten zelf voort, wat zij
behoefden. De smalle stroom van handelswaren ging dus om zo te zeggen buiten
al die economische eilanden om.
...
De stad trad tot op zekere hoogte - want men neme dergelijke historische
begrippen nooit te streng en te absoluut - in economisch opzicht in de plaats van
het adellijk domein en de boerenhoeve. De 'geschlossene Hauswirtschaft' werd
door de 'Stadtwirtschaft' vervangen. De stad regelde op haar week- en jaarmarkten
de goederenuitwisseling met het omringende platteland en de handwerkers uit de
steden namen in verbeterde vorm de industriŽle produktie ter hand.
------------------------------------------------------------------------------------------------
De lage landen bij de zee, J. en A. Romein, Querido, .1973, blz 116.

Aanvullend op Kloostertuinen (Nieuwsbrief 3) deze zinsneden uit vermeld werk
waarmee middeleeuwse 'self-support' van kloosters geen uitzondering zou zijn op
die van boerenhoeven, kastelen en later voor korte tijd de steden.
Een ruim merendeel van de gebruikte grondstoffen (en van de bewerkingen eraan)
is dan afkomstig uit de directe, nabije of wat verderaf liggende omgeving. Dit in
gedeeltelijke tegenstelling tot latere perioden (Hanze, V.O.C.) waarin de stroom
van handelswaren sterk groeit en ermee, zo wil de gangbare (geschied)weten-
schappelijke veronderstelling, de economische vooruitgang of welvaart.

Zijn er evengoed, afgezet ook tegen een idee van individuele welvaart,
aanmerkelijke verschillen tussen de voor zich producerende hoeve, kasteel,
klooster of stad, een hoog niveau van welvaart lijkt met de kleinste eenheid al,
de hoeve, te kunnen worden bereikt.
Een minimum aan extralocale of -regionale producten dan weliswaar, maar goed
voedsel, kleding, onderdak, gezondheid ?, aangenaam werk, behoort onder
voorwaarden tot de mogelijkheden, zoals de rede (1), voorbeelden uit volkenkunde
of zelfs het dierenrijk en het welbegrepen experiment vermogen aan te tonen.
Aan een van die voorwaarden, vrije beschikking over productiemiddelen en
product, werd helaas zelden voldaan :
'In de vroege middeleeuwen zien we de opkomst van de adel en de verspreiding
van het christendom samengaan met de achteruitgang van de oud-Germaanse
vrije boerenstand die met slaven en horigen samensmolt tot een stand van aan
hun grond gebonden boeren, tot allerlei afdrachten en diensten aan geestelijke
en wereldlijke heren verplicht'. (2)
Aan een andere, een cultureel klimaat als zodanig vaak evenmin en misschien
nog het meest in sommige kloosters waar spiritualiteit en devotie een gelukkige
neerslag vond in kwaliteit zowel van innerlijk welbevinden als van uiterlijk materieel
product.   
Voor het eveneens nauwelijks op handelstromen aangesloten laat-middeleeuws
kasteel met landgoederen of stad met ommelanden (3) gelden in beginsel
dezelfde of, samenhangend met arbeidspecialisatie en voortschrijdende innovatie,
wat ruimere welvaartskansen en was de accumulatie ervan bij weinigen in
vroegstedelijke verhoudingen wellicht minder.

De sterke opkomst van handel en bedrijf zou aan de natuurlijker welvaart van
streekgebonden voor-zich productie, die veel al heeft en vooral door toepassing
van nieuwe ideeŽn en in het immateriŽle groeikansen biedt, weinig toe kunnen
voegen afgezien van meer rijkdom enerzijds en veel werk plus toegenomen armoedekansen anderzijds.
Een nuchtere analyse van Hanze- en later V.O.C.
productlijsten* toont vooral
overbodige en deels zelf te produceren artikelen of substituten ervoor.
Overbodigheid waar de arbeid en goederen voor de handelsfaciliteiten en
overeenkomstige bevolkingsconcentratie zťlf (aanvoer van bestaansmiddelen,
bedrijfsruimten, pakhuizen, voertuigen, vaartuigen) nog bij komt.       pp.
   
---------------------
1 : die kanttekeningen plaatst ook wel bij hunebedden, stonehenge, piramiden,
domesticatie van het paard, introductie van uurwerk, ... .
2 : blz.136
3 : blz.122 : ' En heel Duitsland vertoonde dit beeld van min of meer spontane
stedenontwikkeling. In 900 waren er maar omtrent veertig steden meest
oud-Romeinse of bisschopsnederzettingen, omstreeks 1200 was dit getal tot
tweehonderdvijftig aangezwollen en in de 13e eeuw werden er niet meer dan
achthonderd nieuwe gesticht.
De ' Stadtwirtschaft' als leidend economisch type in de plaats gekomen van het
adellijke- of kloostergoed en het zelfgenoegzame boerenbedrijf, regelde nu de
goederenruil tussen de stad en het platteland om haar heen. De lage stand der
produktietechniek liet de aanmaak van massagoederen nog evenmin toe als de
stand der verkeerstechniek, de onveiligheid, de talrijke tollen en de
protectionistische maatregelen der steden in het algemeen het vervoer daarvan
mogelijk maakten.'  
---------- 
noten : de vele raakpunten in de tekst van De lage landen (tot blz. 211) met de
Delahaye hypothese (zie Kloostertuinen, Nieuwsbrief 3) zouden deze eerder
bevestigen dan tegenspreken.

Vergelijk evt.: Markt, mensen, groei en duurzaam welzijn ? Economie en
samenleving van de Middeleeuwen als laboratorium, Bas van Bavel, 2008. pdf, p.16/17 oa.

* bv. Soundtoll registers

3.016 In ontwikkeling van handel, gevoed onder meer door inkomens- en vermogens ongelijkheid, zou zo aanzienlijke inefficientie qua behoeften-
bevrediging lees welzijn besloten liggen.                                
                                                                                                       
^
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------
-----------------------------------------------------------------------------------------------------
FORNUISKACHEL

Staat brandstof in de vorm van snoei- en hakhout op het zelfproductive programma
dan zijn er meer reden er zuinig mee om te gaan.
Het werk eraan, het schaarse productiemiddel ertoe, luchtvervuiling erdoor, de
plantvriendelijkheid waarmee.
Kappen van levende struiken en bomen te beperken (1) ten gunste wellicht soms
van marktafhankelijke technologie (zonnecollector, windmolen, ...) of zelfs
brandstof (turf, kolen, olie, gas).
De luchtvervuiling neemt af naarmate minder en naarmate het mindere schoner
verbrand.
Al te veel overigens staat zelfproductie niet ter beschikking wanneer een
gelijkwaardig oppervlak (2) naast voedsel, kleding-, bouwmateriaal tevens het
energiegewas opbrengt.
Hetgeen aan werk zoals zagen en kloven weer meevalt.

Minimaal brandstofgebruik kortom bij redelijk welbevinden qua koken, wassen,
verblijven.
Optimale verbranding in klein en groot vuur, efficiŽnte verwarming van voedsel,
water, binnenhuis en overeenkomstig gebruik van deze faciliteiten.
Pannen, ketel, emmer en dergelijke dicht op het vuur, minst in de zomer, meest
in de winter.
Toereikende verblijfsruimte (3) indien te verwarmen, de voortreffelijke woonkeuken
met aanliggend slaap- en werkvertrek(ken).
Weinig warmteverlies via schoorsteen, zoldering, muren, ramen, vloer. Warmtewinst door invang van zon, broei, compost, ... en al dan niet meer marktafhankelijke technieken.

Enkele kubieke meters brandhout per volwassene per jaar zodoende hooguit te
verstoken.
Bij voorkeur uit tuin of nabije omgeving, zoals ook het leem, de steen of het ijzer
waarbinnen het veilig en optimaal brandt.
Aanvoer van verder echter, productie door anderen zullen veelal voor het
vuurtoestel een mate van 'markt' betekenen.
Eenvoudige, duurzame, goedkope constructis met veel doe het zelf en plaatselijke
recycling brengen dit 'marktaandeel' en daarmee het prijskaartje terug.
Zoals praktijk getoetst en experimenteel bijvoorbeeld als volgt.

Een van vuurvaste stenen en idem cement gemetselde 'doos' zonder deksel en
voorkant van ongeveer 80.40.25 cm. (eu 75, nieuw)
Aan de zijkanten rustend op en ingebed in twee boogmuurtjes van baksteen. (eu
25, nieuw)
Achteruit een kachelpijp die op ruime hoogte de schoorsteen ingaat. (eu 25,
nieuw) 
Bovenop een stalen plaat, 4 mm., vlak blijvend bij hitte, waarin twee ronde
openingen voor pannen en ander vuurvast vaatwerk. (eu 25, nieuw, boor- en
decoupeerzaagmachine)
Vooraan, achterover hellend tegen schuin afgeslepen zijkanten, eendere plaat
met oogbout en uitsnede waartegen plaatje met oogbout. [later steen ook met
kleine opening waarvoor een scharnier].
Losse stenen in de stookruimte voor klein vuur in de zomer, groter vuur in de
winter.
Rond de pijp of anderszins een toepassing wellicht voor stromend heet water.

Aldus tegen een bedrag van euro 155 en minder of meer een multifunctionele
houtgestookte fornuiskachel. (4)
Mogelijk wat smaller en langer maar 's ochtends het verblijf betrekkelijk snel
opwarmend, 's avonds vrij rap afkoelend.
Schoorsteenverliezen toenemend te minimaliseren, verbrandingsefficiŽntie te
maximaliseren.
---------------------

1. Vergelijk 'energie plantages', 'biomassa', snijbloemen, kunstkerstboom.
2. In Nederland ongeveer 2500 m2 cultuurgrond per volwassene. Aanspraak op
wat berm en boshout, veen, kolen, olie, gas.
3. Bv. 50 m3.
4. Voordeliger misschien in vuurbetonnen, gietijzeren of plaatstalen uitvoering.

-----------------------------------------------
Studio zelfvoorziening' 99,' 02. 
                                                                                                        ^
------------------------------------------------------------------------------------------------------------

<                                     nieuwsbrief zelfvoorziening
------------------------------------------------------------------------------------------------------
4                                                               jan.feb ' 03

Fornuiskachel                                                                 Studio zelfvoorziening

Kloostertuinen 2

Stadslandbouw

Netwerk zelfvoorziening

Stadslandbouw.              

Geschiedde de voedselvoorziening van laat-middeleeuwse en latere stadjes gedeeltelijk binnen en direct buiten de wallen (AckerbŁrger), in eigentijdse nuts-
en volkstuinen zou dit gebruik nog gedeeltelijk voortleven.       
Diverse tijdsbestekken (1) maar ook de groene, grenzen aan de groei golf van de
jaren zeventig gaven deze zelf/nabij productie van voedsel extra impuls.
Onbespoten, geen kunstmest en veel nieuw stadsgroen in de vorm van dak- en
balkontuinen, gevelstruiken, stoeptuintjes, kinderboerderijen.
Veel ervan doorstond de no nonsense van de jaren tachtig, waarin ook de nodige
open ruimte in diverse steden aan verdichtingsbouw werd opgeofferd, niet.
Maar misschien valt het resultaat van inventarisatie van overlevende nieuwe stijl
stads- en stadsrand-nutstuinen nog mee.
De Bickershof te Utrecht, stadsboerderij Caetshage te Culemborg, idem in andere
van niet altijd van even gelukkige architectuur voorziene ecologische wijken (2),
restaurant De Kas met aanliggende kruiden- en voedseltuinen in Amsterdam, en dergelijke.

Waar zodanige inventarisatie zeker meevalt en de groene golf nog onbekommerd
voort lijkt te rollen of slechts een aanvang neemt, is in het meer globale verband
van de Urban Agricultural Notes van City Farmer te Vancouver, Canada. (3)
Eetbare daktuinen, oogsten van regenwater, wormencompost in de kelder,
onstuimige groei van nutstuinen in ArgentiniŽ, opkomst van stadsboerderijen,
nieuwe wetgeving her en der ter bescherming van volkstuincomplexen en
stadsrandtuinen, schoorvoetende integratie in stadsvernieuwing en -planning, ... ,
en interessante termen als politieke horticultuur (4), self-subsistence,
kleinstlandwirtschaft (5).   
Stadslandbouw, een wat ruim bemeten aanduiding, al zijn de opbrengsten soms
aanzienlijk en is het als 'urban agriculture' inmiddels een erkend deelgebied met
diverse tijdschriften.
Toch lijkt het, inclusief winst aan plusrecreatie, in dicht bebouwde steden zoals
wolkenkrabberstad Vancouver niet al te veel zoden aan de groene dijk te kunnen
zetten, zelfs als iedere dak- of achtertuin en open ruimte 'eetbaar' zou zijn.
Aanzienlijke oppervlakken voor biologische landbouw, tuinbouw, veeteelt in de
nabije omgeving en zo mogelijk ' verdunningsbouw' in binnensteden zouden er voor
een geloofwaardige locaal-biologische voedselvoorziening (6) bij dienen te komen.
En vat men, niet geheel onterecht, de trend meer holistisch op: locaal-biologische
grondstoffen, ambachtelijke verwerking en doses doe-het-zelven toegepast
eveneens op architectuur, binnenhuis en zelfs couture, dan schiet focus enkel op
stadstuinbouw tekort.
Bijkomend voordeel van het holistiser scenario is dat de stap naar een wenselijke
meer landstedelijke ontwikkeling, gegeven slim consuminderen, basisinkomen en
internet, verwaarloosbaar klein wordt.
                                                             pp.
-----------------------------------------------------------------
1 : De wereldoorlogen, midden 19e eeuw, ... .                
     zie: www.cityfarmer.org
2 : En met toenemend water in de aanvankelijk biologische en milieuvriendelijke,
     daarna ecologische en sinds een jaar of wat duurzame wijn.
3 :
www.cityfarmer.org
4 : zie bv.
www.gungardens.kulturservern.se/videos.html
     gebaseerd op (het ware) verhaal van Lenin's bezoek in Stockholm 1917, en
     zijn opvattingen over nutstuinen. 
5 :
http://userpage.fu-berlin.de/~garten
6 : '...Gelukkig begint onder invloed van een jonge maar groeiende locaal  voedsel
     beweging de lange-afstand voedselgewoonte af te nemen. Van
     pindakaasmakers in Zimbabwe tot varkensvleesproducenten in Duitsland en
     daktuinders in Vancouver zetten ondernemende boeren, beginnende
     voedselbedrijfjes, restaurants, supermarkten en betrokken consumenten een
     revolutie in gang die rurale gebieden kan herstellen, arme landen verrijken en
     vers, smakelijk en gezond voedsel terug kan geven aan steden.'   vert.pp
     Uit een bespreking van
Home grown, Brian Halweil, 83 p.,' 02.
     isbn 1-878071-66-1.
   www.worldwatch.org/pubs/paper/163 
                                                                                                      
^
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------
bij het Netwerk aangeschreven :


---------------
Jan Wezel, Oostermeer.
-----
Vijftiger, timmerman, woon in een klein huisje op 700 m2 grond.
Vind dat mensen zoveel mogelijk, alleen of samen met anderen, zelf moeten doen
en moeten proberen in basisbehoeften te voorzien.
Doe dat zelf onder andere met groenten en fruit; eieren; kaas- en boterbereiding
(melk van bevriende boer); houtbewerking, meubels, recycling sloophout.
Ook: Pinksterlanddagen Appelscha, sociale filosofie, bijzondere planten,
zonnepanelen.
                                                                                                     
                                                                                                         
^
========================================================