Groene tuin

  • Zo leg je een druppelslang aan in je tuin

    admin - april 2, 2025
    Een tuin water geven kost vaak veel tijd. Zeker als je veel planten hebt of een moestuin. Met een druppelslang geef je water op een rustige en gelijkmatige manier. Dat is handig als je niet elke dag met de gieter wilt lopen. De slang zorgt ervoor dat het water langzaam bij de wortels van de planten komt. Zo krijgen ze precies wat ze nodig hebben zonder dat er veel water verloren gaat. Een druppelslang aanleggen is niet moeilijk, maar je moet wel weten hoe je het goed aanpakt. Wat een druppelslang precies doet Een druppelslang is een lange buis met kleine openingen. Deze openingen laten langzaam water door. Je legt de slang op de grond, dicht bij de planten. Het water komt druppel voor druppel uit de slang, precies op de plek waar de wortels zitten. Dit helpt om de grond vochtig te houden zonder dat je te veel water gebruikt. Je kunt de slang aansluiten op een kraan, en soms ook op een regenton. Dat maakt het nog zuiniger. Waarom een druppelslang handig is Een druppelslang geeft water op een vaste plek en in een rustig tempo. Daardoor komt het water diep in de grond, waar de planten het echt nodig hebben. De bovenste laag van de grond blijft vaak droog, waardoor er minder onkruid groeit. Ook verdampt er minder water, vooral op warme dagen. Je planten drogen dus minder snel uit. En omdat de slang vlakbij de wortels ligt, kun je gewoon blijven tuinieren zonder dat je natte schoenen krijgt van een sproeier. De juiste plek kiezen voor je slang Voordat je begint met aanleggen, is het handig om te bedenken waar je de slang wilt neerleggen. Kijk goed naar je tuin of moestuin. Welke planten wil je water geven? Hoe staan de rijen of vakken? Als je dit weet, kun je een plan maken. Je kunt de slang langs de planten leggen of zigzaggend tussen de rijen door. Probeer zo veel mogelijk planten tegelijk te bereiken met één slang. Zo bespaar je tijd en materiaal. De druppelslang goed neerleggen Als je weet waar de slang moet komen, kun je hem uitrollen. Leg de slang zo dicht mogelijk bij de planten, maar zonder dat hij er bovenop ligt. Maak bochten als dat nodig is, maar zorg dat de slang niet knikt. Een knik kan het water tegenhouden. Je kunt de slang vastzetten met haakjes of pennen, zodat hij goed op zijn plek blijft. Als je een groot stuk tuin hebt, kun je meerdere slangen gebruiken en ze aan elkaar koppelen met speciale tussenstukken. Aansluiten op de kraan of regenton De slang moet water krijgen, en dat doe je meestal via een kraan. Gebruik een koppeling die past op je buitenkraan en sluit de slang hierop aan. Als je een regenton hebt met een kraantje, kun je de slang ook daarop aansluiten. Het is dan wel belangrijk dat het water genoeg druk heeft. Soms helpt het om de ton wat hoger te zetten, zodat het water vanzelf de slang in stroomt. Je kunt ook een pompje gebruiken als het niet goed stroomt. Hoe lang en hoe vaak water geven De tijd dat de slang aanstaat, hangt af van je planten en de grond. Zandgrond laat water snel door, terwijl kleigrond het water langer vasthoudt. In het begin moet je een paar keer kijken hoe nat de grond wordt. Je kunt met je hand voelen of het diep genoeg vochtig is. Meestal is een halfuur tot een uur per dag genoeg. Je kunt een timer op de kraan zetten, zodat de slang vanzelf aan- en uitgaat. Dan hoef je er niet steeds aan te denken. Onderhoud van de slang Een druppelslang gaat lang mee als je er goed voor zorgt. Na het seizoen is het slim om hem op te rollen en droog op te bergen. Als je hem laat liggen, kan hij kapot gaan door vorst of zonlicht. Controleer ook af en toe of de openingen niet verstopt zijn. Er kan vuil of kalk in komen. Je kunt de slang doorspoelen met schoon water of met een beetje azijn. Zo blijft hij goed werken. Gebruik in combinatie met mulch Je kunt de slang combineren met een laagje mulch. Mulch is materiaal zoals stro, bladeren of houtsnippers dat je op de grond legt. Het houdt de grond koel en vochtig, en beschermt tegen onkruid. Als je de slang onder het mulch legt, blijft het water nog beter in de bodem. Zo hoef je minder vaak water te geven. Het ziet er ook netjes uit, want je ziet de slang niet meer liggen. Een duurzame keuze voor je tuin Met een druppelslang gebruik je minder water en hoef je minder werk te doen. Het is handig voor mensen met weinig tijd, maar ook goed voor de planten. Je zorgt ervoor dat het water precies komt waar het nodig is. Dat maakt je tuin sterker en gezonder. Of je nu een moestuin hebt of sierplanten, een druppelslang helpt je om beter te tuinieren. Je hoeft alleen wat tijd te nemen om hem goed aan te leggen en te onderhouden. Dan heb je er jarenlang plezier van.
    Lees hier
  • Slim planten combineren in je moestuin

    admin - maart 26, 2025
    In een moestuin groeien veel verschillende soorten groente en kruiden. Als je goed kijkt naar wat je waar zet, kun je meer oogst krijgen en minder last hebben van ziekten of insecten. Dit heet combinatieteelt. Het is een manier van tuinieren waarbij je planten naast elkaar zet die goed samenwerken. Sommige planten helpen elkaar groeien of beschermen elkaar tegen beestjes. Door slim te kiezen welke groente je bij elkaar zet, maak je je tuin gezonder en mooier. Waarom combinatieteelt werkt Planten hebben allemaal hun eigen eigenschappen. De ene plant houdt luizen op afstand, terwijl de andere juist veel last heeft van luizen. Door die twee bij elkaar te zetten, heb je minder kans dat je gewas wordt aangevallen. Sommige planten maken de grond luchtiger met hun wortels. Andere zorgen juist dat er meer voeding in de grond komt. Door deze eigenschappen te gebruiken in je planning, haal je het beste uit je tuin zonder dat je extra mest of bestrijdingsmiddelen hoeft te gebruiken. Bekende combinaties die goed werken Sommige combinaties worden al jaren gebruikt omdat ze goed werken. Tomaat en basilicum zijn daar een voorbeeld van. Ze groeien graag bij elkaar en hebben dezelfde soort verzorging nodig. Wortel en ui passen ook goed samen, omdat ze elkaars vijanden afschrikken. Bonen groeien fijn naast maïs, want ze kunnen tegen de stengel omhoog klimmen. Als je deze planten samen in een vak zet, vullen ze elkaar aan. Zo benut je de ruimte goed en blijft de grond in balans. Planten die je beter niet samen zet Niet alle planten zijn goede buren. Aardappelen en tomaten gaan vaak niet goed samen, omdat ze gevoelig zijn voor dezelfde ziektes. Ook sla en peterselie kunnen elkaar in de weg zitten. Het is slim om te weten welke combinaties je beter kunt vermijden. Door daar rekening mee te houden, voorkom je problemen in de tuin. Als je merkt dat sommige planten elk jaar slecht groeien, kan het helpen om te kijken met welke soort ze samen staan. Combinatieteelt en wisselteelt Combinatieteelt wordt vaak samen gebruikt met wisselteelt. Bij wisselteelt verander je elk jaar de plek van je planten. Zo raakt de grond niet uitgeput en bouw je geen ziektes op in de bodem. Door deze twee methodes te combineren, blijft je moestuin gezond. Je maakt een plan voor meerdere jaren waarin je rekening houdt met welke planten goed samenwerken en welke gewassen elkaar afwisselen. Zo voorkom je dat de bodem arm wordt of dat je elk jaar last hebt van dezelfde plaag. Ook bloemen zijn goede buren Niet alleen groenten zijn belangrijk in combinatieteelt. Sommige bloemen zijn ook goede buren. Goudsbloemen of afrikaantjes houden bijvoorbeeld schadelijke insecten weg. Ze geven kleur aan je tuin en helpen tegelijk je groenten beschermen. Andere bloemen trekken juist bijen aan, wat helpt bij de bestuiving van planten zoals courgettes of bonen. Door bloemen tussen je groente te zetten, help je je moestuin én maak je hem vrolijk om naar te kijken. Hoe je begint met combinatieteelt Als je begint met combinatieteelt, is het handig om op papier te zetten welke planten je wilt gebruiken. Daarna zoek je op welke goed samengaan. Je maakt een indeling waarbij je let op de ruimte die elke plant nodig heeft, het licht dat ze vragen en hoe diep hun wortels gaan. Zo maak je een slim plan waarin alles een goede plek krijgt. Door elk jaar bij te houden wat wel en niet goed werkt, leer je steeds beter hoe je je tuin inricht. Combinatieteelt in kleine tuinen Ook in een kleine tuin of op een balkon kun je combinatieteelt gebruiken. In bakken of potten kun je planten kiezen die goed samenwerken. Denk aan sla met radijsjes of tomaat met basilicum. Door verschillende hoogtes te gebruiken, zoals hangplanten en klimmers, maak je meer ruimte. Als je goed kijkt naar wat past, kun je ook op een klein stukje veel groeien. Combinatieteelt helpt om zelfs in een kleine tuin veel te oogsten. Voordelen voor de natuur Combinatieteelt helpt niet alleen je eigen tuin, maar ook de natuur. Door minder bestrijdingsmiddelen te gebruiken, komen er meer insecten zoals bijen en lieveheersbeestjes. Deze dieren zijn belangrijk voor de tuin en zorgen voor evenwicht. De bodem blijft gezond als je planten gebruikt die de grond verbeteren of beschermen. Zo werk je samen met de natuur in plaats van ertegenin. Dat maakt tuinieren fijner en rustiger, en je ziet vaak meer leven in je tuin. Elke tuin wordt er beter van Of je nu een grote moestuin hebt of een paar bakken op je balkon, combinatieteelt maakt je tuin sterker en gezonder. Je planten helpen elkaar en jij hoeft minder te doen om ze te beschermen. Het is een manier van tuinieren die past bij mensen die houden van natuurlijk werken. Door te letten op wat goed samengaat, haal je meer uit je tuin en geniet je van het proces. Het is leuk om te ontdekken welke planten goed samenwerken en hoe dat je tuin beter maakt.
    Lees hier
  • Zelf bloemen en fruit plukken in Zeeland

    admin - maart 19, 2025
    In Zeeland zijn er steeds meer plekken waar je zelf bloemen, fruit of groente mag plukken. Deze tuinen worden pluktuinen genoemd. Het zijn open stukken land waar verschillende planten groeien die jij zelf mag oogsten. Je loopt rond met een mandje of een schaartje en kiest wat je mooi of lekker vindt. Pluktuinen zijn leuk voor jong en oud en je leert er meer over hoe bloemen of fruit groeien. Zeeland is een fijne plek om zo’n tuin te bezoeken, omdat er veel ruimte is en het vaak rustig is in de natuur. Wat je kunt verwachten in een pluktuin In een pluktuin staan vaak bloemen, bessen, aardbeien of appels. Sommige pluktuinen hebben ook kruiden of groenten. Je betaalt meestal per soort of per gewicht. Je krijgt uitleg van de eigenaar over wat je mag plukken en hoe je dat het beste doet. Vaak zijn er bordjes met informatie bij de planten. De sfeer is ontspannen en je hebt de tijd om rustig rond te kijken. Veel pluktuinen hebben ook een klein terras waar je iets kunt drinken of een ijsje kunt eten. Plukken is leuk voor kinderen Kinderen vinden het vaak leuk om zelf fruit van een struik te halen of bloemen uit te kiezen. Ze zien hoe planten groeien en leren dat aardbeien niet uit een doosje komen. Pluktuinen zijn vaak veilig en overzichtelijk, zodat kinderen vrij kunnen rondlopen. Er zijn ook plekken waar je een kinderkruiwagen mag gebruiken of waar speciale kinderhoekjes zijn. Zo wordt het voor het hele gezin een fijne dag buiten. Het is ook een leuke activiteit voor een kinderfeestje of een uitje met school. Verschillende soorten pluktuinen in Zeeland Zeeland heeft een mix van bloemenpluktuinen en fruitpluktuinen. Bij sommige tuinen draait alles om dahlia’s, zonnebloemen of pioenrozen. Andere tuinen zijn juist vol met rode bessen, frambozen of appels. De keuze hangt af van het seizoen en van de plek. In het voorjaar zijn er vaak tulpen en blauwe bessen. In de zomer vind je veel kleuren en geuren in de bloementuinen. In het najaar draait het vaak om appels en peren. Sommige pluktuinen combineren bloemen en fruit, zodat je beide kunt doen. Let goed op het seizoen Niet alles is het hele jaar door te plukken. De meeste pluktuinen openen hun poorten in het voorjaar en blijven open tot het begin van de herfst. Soms gaat een tuin een paar weken dicht als er nog niets klaar is om te oogsten. Daarom is het slim om van tevoren even te kijken of de tuin open is. Op social media of op de website van de tuin staat vaak welke bloemen of vruchten rijp zijn. Zo weet je zeker dat je niet voor niets komt en kun je meteen plannen wat je wilt meenemen. Wat je mee moet nemen naar de pluktuin Het is handig om oude schoenen of laarzen aan te doen, vooral als het net heeft geregend. Sommige paden kunnen nat of modderig zijn. Neem ook een tas of mandje mee om je oogst in te doen. In veel tuinen kun je ook spullen lenen, zoals een knipschaar of een bakje. Als je bloemen plukt, is het slim om een nat doekje of wat papier mee te nemen om ze vochtig te houden. Zo blijven ze mooi tot je thuis bent. Wat je thuis kunt doen met je oogst Als je bloemen hebt geplukt, kun je er een boeket van maken voor jezelf of om cadeau te geven. Sommige mensen drogen de bloemen om er later iets van te knutselen. Fruit kun je meteen opeten of gebruiken in een toetje, taart of jam. Het is vers en vaak onbespoten, dus het smaakt goed. Groente uit de pluktuin is ook geschikt voor soep of salade. Je voelt je vaak meer verbonden met het eten als je het zelf geplukt hebt. Waarom een pluktuin goed is voor mens en natuur Pluktuinen zorgen voor minder verspilling, omdat je alleen meeneemt wat je echt gebruikt. Je ziet meteen wat er groeit en wat klaar is om geplukt te worden. Vaak werken de eigenaren met zorg voor de natuur. Ze gebruiken weinig of geen bestrijdingsmiddelen en laten bloemen groeien voor bijen en vlinders. Door te plukken help je ook mee om de tuin gezond te houden. Veel mensen voelen zich rustig en blij na een bezoek aan een pluktuin. Het buiten zijn en het werken met je handen doet goed. Een fijne dag uit in Zeeland Zeeland is een provincie waar je veel buiten bent. De pluktuinen liggen vaak in rustige dorpen of aan de rand van een stad. Je kunt je bezoek aan een pluktuin goed combineren met een wandeling of een bezoek aan het strand. Het is een leuke manier om het Zeeuwse landschap te ontdekken. Veel tuinen hebben ook fietsroutes in de buurt. Zo maak je er een ontspannen en actieve dag van. Of je nu bloemen zoekt voor in huis, fruit voor in de keuken of gewoon een middagje rust, in Zeeland vind je altijd een pluktuin die bij je past.
    Lees hier
  • Zelf groenten en kruiden kweken in een moestuin bak

    admin - maart 19, 2025
    Een moestuin bak is een handige manier om groenten, kruiden of bloemen te kweken op een kleine plek. Je hebt er niet veel ruimte voor nodig. Zelfs op een balkon of in een kleine tuin past zo’n bak makkelijk. Steeds meer mensen kiezen hiervoor omdat je zelf bepaalt wat je kweekt. Je weet precies wat erin gaat en wat je eruit haalt. Het geeft plezier om je eigen eten te zien groeien en later te kunnen oogsten. Wat een moestuin bak precies is Een moestuin bak is een houten of plastic bak die je vult met aarde. In deze bak kun je planten laten groeien, net zoals in een gewone tuin. De bak staat meestal op de grond, maar je kunt ook kiezen voor een hoge bak. Dan hoef je minder te bukken. De afmeting verschilt, maar vaak is de bak niet groter dan een vierkante meter. Dat maakt het overzichtelijk. Door de grond in de bak goed te verzorgen, groeien de planten er goed in. Waarom een bak handig is voor de moestuin Een moestuin bak is makkelijk te gebruiken. Je hoeft niet te spitten of veel gras weg te halen. De bak plaats je gewoon op de plek waar je wilt tuinieren. Dat kan op tegels, grind of zelfs op een dak. De grond blijft netjes bij elkaar, en je kunt het goed indelen. Je maakt vakjes of rijen, zodat je meerdere soorten planten naast elkaar zet. Het is ook makkelijker om slakken en onkruid te zien en weg te halen. De bak zorgt ervoor dat je overzicht houdt. Welke planten geschikt zijn voor een moestuin bak Niet alle planten passen even goed in een bak, maar er is genoeg keuze. Kruiden zoals peterselie, basilicum, munt en bieslook doen het goed in een bak. Ook sla, radijs, wortel en spinazie groeien er prima in. Zelfs tomaten en boontjes kun je erin zetten, als je zorgt dat ze voldoende zon en steun krijgen. De meeste mensen kiezen voor gewassen die snel groeien en weinig ruimte nodig hebben. Dat maakt het leuk om te starten, omdat je snel resultaat ziet. De juiste plek kiezen voor je bak De plek van de moestuin bak bepaalt hoeveel zon je planten krijgen. De meeste planten houden van zon, dus een plek met zes tot acht uur zon per dag is fijn. Zet de bak niet pal onder een boom of vlakbij een schutting waar geen licht komt. Let ook op wind. Op een open balkon waait het soms hard. Je kunt dan een scherm of gaas plaatsen, zodat de planten niet omwaaien. Zorg ook dat je makkelijk bij de bak kunt. Dan is water geven en oogsten veel eenvoudiger. Hoe je begint met vullen en zaaien Als je een lege moestuin bak hebt, vul je die eerst met aarde. Goede aarde is belangrijk. Je kunt kant-en-klare moestuingrond kopen of zelf mengen met compost. De bak moet water goed vasthouden, maar het mag niet te nat blijven. Daarna kun je zaaien. Je maakt kleine gleufjes of gaatjes en legt de zaadjes erin. Hoe diep en hoe ver uit elkaar hangt af van het soort plant. Op het zakje van de zaden staat vaak duidelijke uitleg. Als je het netjes bijhoudt, zie je binnen een paar weken de eerste plantjes opkomen. Zorgen voor voldoende water en voeding Planten in een bak hebben wat meer aandacht nodig dan planten in de volle grond. Omdat de ruimte beperkt is, droogt de aarde sneller uit. Zeker op warme dagen geef je dus wat vaker water. Dat doe je het best in de ochtend of de avond. Te veel water is ook niet goed, dus kijk goed of de aarde nog vochtig is. Soms hebben de planten ook extra voeding nodig. Je kunt dan wat compost of mestkorrels toevoegen. Zo blijven ze goed groeien en krijg je een mooie oogst. De oogst bijhouden en nieuwe planten zaaien Als de planten groot genoeg zijn, kun je oogsten. Dat doe je voorzichtig met je handen of met een klein mesje. Sommige planten, zoals sla of spinazie, kun je meerdere keren oogsten als je alleen de buitenste bladeren plukt. Na de oogst maak je de bak weer klaar voor een nieuwe ronde. Je haalt oude wortels eruit, maakt de grond los en zaait opnieuw. Zo kun je meerdere keren per jaar verse groenten of kruiden oogsten, zeker als je wisselt met soorten die snel groeien. Een moestuin bak onderhouden door het jaar heen Het onderhoud van een moestuin bak valt mee. Je controleert regelmatig op onkruid en haalt dat weg. Als je planten ziet die ziek zijn of niet goed groeien, kun je die vervangen. In de winter groeit er minder, maar je kunt de bak wel blijven gebruiken voor wintergroenten of als voorbereiding op het voorjaar. Dek de bak af met bladeren of stro om de grond te beschermen. In het voorjaar begin je dan met frisse grond en nieuwe zaden. Zo blijft je bak het hele jaar bruikbaar. Waarom een moestuin bak leuk en leerzaam is Met een moestuin bak leer je veel over planten en hoe ze groeien. Je ziet elke dag wat er verandert. Kinderen vinden het vaak leuk om te helpen. Ze mogen zaaien, water geven en oogsten. Dat maakt ze bewuster van waar eten vandaan komt. Ook volwassenen genieten van het werken in de bak. Het geeft rust en voldoening. En je hebt altijd verse groenten of kruiden bij de hand. Een moestuin bak past in elke tuin, op elk balkon of zelfs bij een school of zorginstelling. Zo wordt tuinieren voor iedereen bereikbaar.
    Lees hier
  • Zelf bloemen en fruit plukken in Zuid-Holland

    admin - maart 12, 2025
    Een pluktuin is een plek waar je zelf bloemen of fruit mag oogsten. Je loopt er met een mandje of schaartje tussen de planten. Alles wat je plukt, neem je mee naar huis. Het is leuk, rustgevend en je bent lekker buiten bezig. In Zuid-Holland zijn steeds meer pluktuinen te vinden. Of je nu van verse aardbeien houdt of een bos kleurrijke bloemen wil samenstellen, er is altijd wel iets te vinden wat bij je past. Wat een pluktuin precies is Een pluktuin is geen gewone tuin. Het is een stuk land waar mensen welkom zijn om zelf te plukken. De planten zijn speciaal zo geplant dat je er goed bij kunt. Vaak zijn er paadjes tussen de rijen. Je betaalt meestal per gewicht of per bos bloemen. Sommige pluktuinen hebben ook tafels, een klein winkeltje of een plek om iets te drinken. Zo wordt het een fijn uitje voor jong en oud. Veel mensen nemen kinderen mee, omdat het leuk is om te laten zien waar voedsel vandaan komt. Bloemen plukken in het seizoen In het voorjaar en de zomer staan er in pluktuinen vaak veel bloemen. Denk aan zonnebloemen, dahlia’s, tulpen of cosmea. Sommige pluktuinen hebben een groot veld vol kleur, waar je zelf je eigen boeket mag samenstellen. Dat doe je meestal met een snoeischaar of mesje dat je zelf meeneemt of daar leent. Bloemen plukken vraagt wel een beetje zorg. Je knipt de steel zo laag mogelijk af en let op dat je andere bloemen niet beschadigt. Zo blijft de tuin mooi voor iedereen. Fruit plukken met je handen Naast bloemen zijn er ook pluktuinen waar je fruit kunt oogsten. Denk aan aardbeien, frambozen, bessen of appels. Je loopt langs de struiken of bomen en zoekt naar rijp fruit. Meestal mag je zelf een mandje vullen. Vaak mag je ook onderweg proeven. Kinderen vinden dit heel leuk, omdat ze het resultaat meteen zien. En het smaakt ook vaak beter dan uit de winkel, omdat het net van de plant komt. Sommige pluktuinen hebben vaste oogstdagen. Dan weet je zeker dat het fruit goed rijp is. Pluktuinen verspreid over Zuid-Holland In Zuid-Holland zijn pluktuinen op verschillende plekken te vinden. Je ziet ze in het Groene Hart, langs de kust of net buiten de steden. Vaak liggen ze in rustige gebieden met veel ruimte. Dat maakt het extra fijn om er even uit te zijn. Veel pluktuinen liggen op fietsafstand van dorpen of steden. Ze zijn dus goed bereikbaar voor een kort uitstapje. Bij de ingang hangt meestal een bord met uitleg. Daar lees je welke bloemen of vruchten er zijn, wat de prijs is en hoe je het beste kunt plukken. Wat je mee moet nemen als je gaat plukken Als je naar een pluktuin gaat, is het handig om wat spullen mee te nemen. Denk aan een mand of bakje om je oogst in te doen. Voor bloemen neem je ook een schaar of mesje mee. Draag kleding die vies mag worden, want je loopt tussen de planten en soms is het nat of modderig. Een zonnehoed of pet is fijn als de zon fel is. En vergeet niet om een beetje contant geld of je pinpas mee te nemen om af te rekenen bij vertrek. Een leuke activiteit voor jong en oud Plukken is niet alleen voor volwassenen. Kinderen vinden het vaak nog leuker. Ze leren hoe aardbeien groeien, zien bijen tussen de bloemen en kunnen zelf iets kiezen. Het is leerzaam en vrolijk tegelijk. Veel scholen of kinderopvangorganisaties gaan dan ook met groepen naar een pluktuin. Ouderen vinden het juist rustgevend. Het lopen in de buitenlucht en het bezig zijn met planten geeft een prettig gevoel. Het tempo ligt laag en je doet iets met je handen. Dat maakt het geschikt voor veel mensen. Waarom mensen graag zelf plukken Mensen vinden het leuk om zelf te oogsten omdat het iets anders is dan boodschappen doen. Je bent zelf bezig met het zoeken, kiezen en verzamelen. Dat maakt het persoonlijk. Je weet precies wat je meeneemt. Ook is het vaak verser dan in de winkel. En het is goed voor het gevoel om iets met je eigen handen te doen. Sommige mensen gaan elke week, anderen komen alleen in het seizoen. Maar bijna iedereen komt terug met een glimlach en iets moois of lekkers. Duurzaam omgaan met bloemen en fruit Een pluktuin is meestal ook gericht op zorg voor de natuur. Veel tuinen gebruiken geen gif of kunstmest. Dat betekent dat de planten groeien met hulp van de bodem, het weer en natuurlijke beestjes. Zo groeien de bloemen en vruchten op een rustige manier. Vlinders en bijen voelen zich er thuis. Als bezoeker leer je ook meer over hoe planten groeien. En omdat je alleen meeneemt wat je plukt, is er bijna geen verspilling. Dat maakt een pluktuin ook vriendelijk voor het milieu. Een uitje dat elk seizoen anders is De pluktuin is nooit hetzelfde. In het voorjaar zijn er andere planten dan in de zomer of herfst. Dat maakt elk bezoek weer verrassend. Je komt voor tulpen in april, aardbeien in juni, zonnebloemen in augustus of appels in september. Sommige tuinen blijven open tot in oktober. Dan zie je de kleuren veranderen en kun je bijvoorbeeld pompoenen oogsten. Zo blijft het jaar rond leuk om een keer langs te gaan. Je geniet van de natuur en neemt iets mee naar huis. Dat maakt een pluktuin in Zuid-Holland een fijne plek voor een middag buiten.
    Lees hier
  • Leuke weetjes over de moestuin

    admin - maart 5, 2025
    Een moestuin is een stukje grond waar je zelf groente, fruit en kruiden kunt laten groeien. Dat kan in je eigen tuin zijn, maar ook op een balkon of in een kas. Steeds meer mensen kiezen ervoor om zelf voedsel te kweken. Het is niet alleen leuk om te doen, maar je leert ook veel over planten, seizoenen en dieren. Er zijn veel dingen die je nog niet weet over een moestuin. Sommige zijn handig, andere gewoon grappig of verrassend. Niet elke plant houdt van dezelfde buren Planten groeien niet allemaal goed naast elkaar. Sommige soorten helpen elkaar juist. Andere houden elkaar tegen. Dit heet wisselwerking. Zo vinden wortels het fijn om naast uien te groeien. De geur van uien houdt bepaalde insecten weg die normaal op wortels afkomen. Tomaten en aardappels kun je beter uit elkaar houden. Ze zijn familie, maar ze trekken dezelfde ziektes aan. Als ze te dicht bij elkaar staan, worden ze sneller ziek. Je hoeft niet altijd zaadjes te kopen Sommige planten kun je opnieuw laten groeien uit restjes van de keuken. Een bosui die nog een stukje wortel heeft, groeit weer verder in een glas water. Ook knoflook, gember en bleekselderij beginnen opnieuw te groeien als je ze in de grond zet. Dit werkt het best bij verse restjes. Zo bespaar je geld en verminder je afval. Kinderen vinden het vaak leuk om te zien hoe een stukje afval weer een nieuwe plant wordt. Wormen zijn goede helpers In een gezonde moestuin leven veel wormen. Ze eten rottend blad en maken gangen in de aarde. Dat zorgt voor lucht en voeding in de grond. Hierdoor kunnen planten beter groeien. Je hoeft dus niet bang te zijn voor wormen in je tuin. Ze zijn juist een goed teken. Als je weinig wormen ziet, is de bodem misschien te droog of te arm. Door meer compost of bladeren toe te voegen, help je het bodemleven op gang. Je kunt ook in de winter moestuinieren Veel mensen denken dat een moestuin alleen iets voor de lente en zomer is. Maar ook in de winter kun je dingen doen. Je kunt plannen maken voor het volgende jaar. Of groente kweken die goed tegen kou kan, zoals boerenkool, veldsla en winterpostelein. Sommige soorten kun je al in februari zaaien, als het niet meer vriest. In een kas of bak met een deksel kun je het seizoen zelfs verlengen. Zo blijf je het hele jaar bezig met je tuin. Niet alles groeit even snel Sommige planten zijn snel klaar. Radijsjes bijvoorbeeld, kun je al na drie weken oogsten. Andere soorten doen er veel langer over. Pastinaak groeit bijvoorbeeld maandenlang onder de grond. Ook aardbeien geven vaak pas het jaar na het planten veel fruit. Dat vraagt dus wat geduld. Het is handig om verschillende soorten te kiezen. Dan heb je door het hele seizoen steeds iets nieuws te doen of te plukken. Je hoeft geen grote tuin te hebben Ook met weinig ruimte kun je een moestuin beginnen. Een paar potten op het balkon of vensterbank zijn al genoeg. Kruiden zoals basilicum, peterselie en bieslook groeien goed in kleine bakken. Tomaten en courgettes kunnen ook in een grote pot groeien als ze genoeg zon krijgen. Verticaal tuinieren helpt ook. Daarbij gebruik je bijvoorbeeld een rek tegen de muur waar je planten omhoog laat klimmen. Zo maak je slim gebruik van kleine plekken. Slakken zijn niet altijd de vijand Slakken eten jonge blaadjes op. Dat is vervelend als je net iets gezaaid hebt. Toch zijn slakken ook belangrijk. Ze ruimen dode bladeren op en zijn voedsel voor vogels en egels. Je kunt ze dus beter niet allemaal wegdoen. Wel kun je zorgen dat ze niet bij je planten komen. Dat doe je bijvoorbeeld door koffiedik of fijngemaakte eierschalen rond je planten te strooien. Slakken houden daar niet van en zoeken een andere plek. Oud zaad is niet altijd slecht Soms blijft er zaad over van het vorige jaar. Veel mensen gooien dat weg, omdat ze denken dat het niet meer werkt. Toch kunnen oude zaadjes nog prima kiemen. Het hangt af van hoe je ze bewaard hebt. Zaad blijft langer goed als het droog en koel ligt. Je kunt een test doen door een paar zaadjes op een natte doek te leggen. Als ze binnen een paar dagen uitkomen, kun je ze nog gebruiken in je tuin. Een moestuin helpt bij ontspannen Tuinieren is een rustige bezigheid. Je werkt met je handen, bent buiten en merkt hoe de natuur langzaam verandert. Veel mensen vinden het fijn om na een drukke dag even in de tuin te werken. Je hoeft er niet bij na te denken, maar bent toch bezig. Ook kinderen worden er rustig van. Ze leren hoe dingen groeien en vinden het leuk om te helpen met water geven of oogsten. Het geeft voldoening om zelf iets te laten groeien. Er valt altijd iets nieuws te ontdekken Elke moestuin is anders. De ene keer groeit een plant goed, de andere keer lukt het minder. Soms verrassen planten je. Een vergeten aardappel kan opeens gaan groeien. Een plant die je als sierplant zag, blijkt eetbaar te zijn. Door te tuinieren leer je steeds bij. Het maakt niet uit of je net begint of al jaren een tuin hebt. Er is altijd wel iets dat je nog niet wist. En dat maakt een moestuin zo leuk om mee bezig te zijn.
    Lees hier
  • Waar popcorn maïs vandaan komt en hoe het werkt

    admin - februari 19, 2025
    Popcorn maïs is een bijzondere soort maïs. Het is niet hetzelfde als de mais die je op een kolf eet. Popcorn maïs heeft een harde schil en bevat binnenin een beetje water. Als je de mais verhit, wordt het water stoom. Die stoom zorgt voor druk. Op een bepaald moment knapt de mais open en keert binnenstebuiten. Dan krijg je een luchtige, witte popcorn. Alleen deze maïssoort kan dat. Gewone mais barst niet open als je hem verhit, omdat de schil niet sterk genoeg is. Hoe popcorn maïs groeit Popcorn maïs groeit op dezelfde manier als gewone maïs. Je plant een maiskorrel in de grond en wacht tot er een plant groeit. Die plant krijgt stengels en bladeren. Later komen daar kolven aan. Op die kolven zitten de maïskorrels. Voor popcorn laat je de kolven aan de plant drogen tot ze hard worden. Daarna kun je de korrels van de kolf halen en bewaren. Het is belangrijk dat de korrels goed droog zijn. Als ze te vochtig zijn, lukt het poppen niet goed. Zijn ze te droog, dan knappen ze niet open. Popcorn maken met losse mais Je kunt popcorn maken in een pan, een popcornmachine of een magnetron. Als je losse popcorn maïs gebruikt, is een pan met deksel handig. Je doet wat olie in de pan, verwarmt het vuur en wacht tot de mais begint te knappen. De deksel moet erop blijven, want de korrels springen alle kanten op. Na een paar minuten hoor je steeds minder plopgeluiden. Dan is de popcorn klaar. Haal de pan van het vuur en laat hem even rusten. Daarna kun je de popcorn op smaak brengen met zout, suiker of iets anders. Waarom popcorn zo populair is Popcorn is al heel oud. Er zijn resten gevonden die duizenden jaren oud zijn. Mensen vinden het leuk dat maïs zo verandert tijdens het verhitten. Het is ook een makkelijke snack die je snel maakt. Veel mensen eten het bij een film of feestje. Je kunt het zoet of zout maken, en zelfs met karamel of kruiden. Omdat het licht en luchtig is, eet je er vaak veel van zonder dat je vol zit. Popcorn past ook bij mensen die minder vet willen eten, als je weinig olie gebruikt. Verschillende soorten popcorn mais Er zijn meerdere soorten popcorn maïs. Sommige korrels zijn geel, andere rood of blauw. De kleur van de korrel bepaalt niet altijd de kleur van de popcorn zelf. Vaak wordt de popcorn toch wit als je hem popt. De smaak kan wel iets verschillen. Er zijn ook speciale soorten die grotere popcorn geven. Of juist kleinere, die extra knapperig zijn. In de winkel zie je meestal gewone gele korrels, maar op markten of bij hobbywinkels kun je andere soorten kopen. Zelf popcorn maïs kweken in de tuin Als je ruimte hebt in je tuin, kun je zelf popcorn maïs telen. Het beste doe je dat in de lente, als het niet meer vriest. De planten hebben zon en warmte nodig. Ze worden vrij hoog, soms wel twee meter. Je hebt ook meerdere planten nodig voor goede bestuiving. Dan komen er meer korrels aan de kolven. Je oogst de kolven pas als ze helemaal bruin en droog zijn. Daarna hang je ze op een droge plek. Als ze goed droog zijn, kun je de korrels loshalen en bewaren in een pot. Popcorn als gezond tussendoortje Popcorn is een van de snacks die weinig calorieën bevat als je er geen boter of suiker aan toevoegt. Daarom kiezen sommige mensen het als ze gezonder willen eten. De maïs bevat vezels, die goed zijn voor je darmen. Je kunt ook kiezen voor kruiden in plaats van zout. Of wat kaneel voor een zoete smaak zonder suiker. Zo maak je je eigen popcorn die past bij wat je lekker vindt. Omdat je weet wat je erin stopt, kun je het aanpassen aan je eigen wensen. Wat je nog meer met popcorn maïs kunt doen Popcorn maïs is niet alleen om te eten. Sommige mensen gebruiken het voor knutselwerk of als vulling in zakjes die warm blijven. Op scholen maken kinderen soms kettingen van gepofte mais. Ook op feestjes wordt het gebruikt om iets vrolijks te maken. Met kleurstof kun je zelfs gekleurde popcorn maken. Dat is leuk voor een kinderfeestje. De maïskorrels zelf kun je ook gebruiken in decoratie, vooral in de herfst. Bewaren van popcorn mais Popcorn maïs blijft lang goed als je het droog en koel bewaart. Een goed afsluitbare pot of een luchtdichte zak werkt het best. Zet die op een donkere plek, zoals een keukenkastje of voorraadkast. Als je merkt dat de korrels niet meer goed poppen, zijn ze misschien te oud of te droog. Soms helpt het om ze een paar uur in een afgesloten bak met een klein beetje water te zetten. Dan neemt de maïs wat vocht op en popt hij beter. Zorg er wel voor dat je ze daarna goed droogt voor gebruik.
    Lees hier
  • Zelf oesterzwammen kweken in huis of tuin

    admin - februari 5, 2025
    Oesterzwammen zijn eetbare paddenstoelen die je zelf makkelijk kunt kweken. Ze hebben weinig nodig en groeien snel. Je hebt er ook geen tuin voor nodig. Zelfs op een klein balkon of in een donkere hoek van de keuken lukt het. Dat maakt het een leuke manier om zelf voedsel te maken, ook als je weinig ruimte hebt. Oesterzwammen zijn lekker in soep, op brood of door de pasta. Wat zijn oesterzwammen precies Een oesterzwam is een paddenstoel die vaak in bosrijke gebieden groeit. De naam komt van de vorm. Ze lijken een beetje op een oester, met een brede hoed en een korte steel. Ze zijn licht van kleur en hebben een zachte smaak. Er zijn verschillende soorten, maar de gewone grijze oesterzwam is het bekendst. Deze soort groeit snel en heeft weinig nodig. Daarom wordt hij veel gebruikt bij het zelf kweken. Waar kun je oesterzwammen op laten groeien Oesterzwammen groeien niet op gewone grond. Ze hebben liever iets waar veel vezels in zitten. Dat kan stro zijn, koffiedik of zaagsel van harde houtsoorten. In de natuur groeien ze vaak op oude boomstammen. Als je ze thuis wilt kweken, kun je dus ook kiezen voor koffiedik uit je eigen koffieapparaat. Dat is makkelijk te verzamelen en goed voor de zwam. Je hebt dan nog wel broed nodig. Dat is een mengsel met schimmeldraden van de oesterzwam. Die zorgen ervoor dat de paddenstoel kan groeien. De juiste plek voor de groei Oesterzwammen houden van een donkere, vochtige plek. Een kelder of kastje is prima. Zorg wel dat de plek niet tocht en niet te droog is. Ze groeien het best bij een temperatuur van ongeveer twintig graden. Te koud of te warm vertraagt de groei. Licht is niet direct nodig in het begin, maar als de zwammen bijna klaar zijn, helpt wat daglicht om de kleur goed te laten worden. Dan blijven ze mooi grijs en stevig. Hoe je begint met kweken Als je begint, meng je het broed met het materiaal waarop de zwammen gaan groeien. Bijvoorbeeld koffiedik of stro. Doe dit mengsel in een emmer of zak en dek het af met een deksel of plastic. Zet er een paar kleine gaatjes in voor lucht. Laat het dan een paar weken met rust. De schimmeldraden gaan groeien en verspreiden zich in het materiaal. Dat noem je het koloniseren. Je ziet dan witte draden die zich overal tussen zetten. Dat is een goed teken. Wat er gebeurt als de zwammen gaan groeien Na twee tot drie weken komen de eerste kleine zwammetjes tevoorschijn. Die zie je verschijnen bij de luchtgaatjes of op de plekken waar wat meer licht komt. Je kunt dan voorzichtig wat vaker water sproeien om de lucht vochtig te houden. Binnen een week groeien de zwammen snel. Als ze groot genoeg zijn, kun je ze oogsten. Dat doe je door ze met je hand voorzichtig los te draaien. Dan blijft het materiaal eronder netjes en kun je soms nog een tweede ronde krijgen. Wanneer je kunt oogsten en hoe je bewaart Je oogst de zwammen als ze een mooie grote hoed hebben, maar nog stevig aanvoelen. Wacht niet te lang, want dan worden ze slap en minder lekker. Je kunt ze een paar dagen in de koelkast. Gebruik geen plastic zak, want dan worden ze snel nat. Een papieren zak of bakje is beter. Als je er veel tegelijk hebt, kun je ze ook drogen of invriezen. Zo kun je er later nog van genieten in soep of stoofschotels. Wat je kunt doen na het oogsten Na de oogst kun je kijken of het materiaal nog goed is. Soms groeit er nog een tweede of derde keer iets uit. Als het wit blijft en niet stinkt, is het nog bruikbaar. Geef het opnieuw wat water en laat het met rust. Op een gegeven moment stopt de groei vanzelf. Dan kun je het materiaal weggooien op de composthoop of in de gft-bak. Wil je doorgaan, dan begin je gewoon opnieuw met nieuw koffiedik en vers broed. Waarom het leuk is om zelf te kweken Zelf oesterzwammen kweken is leerzaam en leuk. Je ziet iets groeien uit bijna niets. Dat maakt het bijzonder. Je hebt ook minder afval, want je gebruikt koffiedik dat anders weggegooid wordt. Het is een goede manier om bewuster om te gaan met eten. Kinderen vinden het vaak ook interessant. Het gaat snel en je hebt al binnen een paar weken resultaat. En het leukste is misschien wel dat je daarna iets op je bord hebt dat je zelf gemaakt hebt.
    Lees hier
  • Een goed moestuinplan maken voor een fijne start

    admin - januari 25, 2025
    Een moestuin is een plek waar je zelf groente, fruit en kruiden kunt kweken. Dat kan in een grote tuin, een klein stukje grond of zelfs op een balkon. Een goed plan helpt je om alles overzichtelijk te houden. Zo weet je waar je wat plant, hoeveel ruimte je nodig hebt en wanneer je kunt beginnen. Met een duidelijk moestuinplan wordt tuinieren leuker en makkelijker. Kijken naar de ruimte die je hebt Voordat je begint met zaaien of planten, is het slim om eerst te kijken hoeveel ruimte je hebt. Je hoeft niet veel grond te hebben om een goede oogst te krijgen. Ook met een paar bakken of potten kun je al beginnen. Het is belangrijk dat de plek veel zon krijgt, want de meeste planten groeien alleen goed met voldoende licht. Kijk ook of de plek makkelijk bereikbaar is en of je er water kunt geven. Als je dat weet, kun je beter bepalen hoeveel planten je kwijt kunt. Bedenken wat je wilt kweken Niet alle planten passen bij elke tuin of elk seizoen. Denk daarom goed na over wat je wilt kweken. Kies groente of kruiden die je zelf graag eet. Begin met makkelijke soorten zoals sla, radijs, courgette of boontjes. Die groeien snel en hebben weinig zorg nodig. Ook kruiden zoals basilicum of bieslook zijn makkelijk. Als je meer ervaring krijgt, kun je moeilijkere planten proberen zoals tomaten of aubergines. Let ook op wanneer je moet zaaien en hoeveel ruimte een plant nodig heeft. Die informatie staat vaak op het zakje met zaden. Een tekening maken van je moestuin Een duidelijke tekening helpt je om overzicht te houden. Teken op papier hoe je moestuin eruitziet. Zet er bij waar de zon vandaan komt, waar je paden wilt en waar de planten komen. Zorg dat je planten genoeg ruimte hebben om te groeien. Zet grote planten niet voor kleine planten, zodat ze niet in de schaduw komen. Maak ook vakken of bedden waarin je verschillende planten groepeert. Zo blijft je tuin overzichtelijk en kun je goed bijhouden wat er groeit. Combinaties van planten goed plannen Sommige planten groeien beter als ze naast elkaar staan. Andere soorten houden juist niet van elkaar. Dit heet combinatieteelt. Wortels groeien bijvoorbeeld goed naast uien, omdat ze elkaars plagen weg houden. Tomaten staan graag bij basilicum. Als je hier rekening mee houdt, blijven je planten gezonder. Er zijn ook planten die veel voeding uit de grond halen. Wissel dit af met planten die minder nodig hebben. Dat houdt de grond beter in balans. Rekening houden met de seizoenen Niet alle planten groeien op hetzelfde moment. Sommige soorten kun je al in het voorjaar zaaien, zoals spinazie of sla. Andere soorten zoals pompoen of komkommer hebben warmte nodig en komen pas later. Kijk daarom goed naar de maanden op de verpakking van je zaden. Je kunt dan in je plan zetten wanneer je wat zaait en oogst. Zo heb je steeds iets te doen in je moestuin. Door goed te plannen kun je de hele lente en zomer oogsten. Wisselteelt gebruiken voor gezonde grond Als je elk jaar op dezelfde plek dezelfde planten zet, raakt de grond uitgeput. Ook kunnen ziekten zich sneller verspreiden. Daarom is wisselteelt belangrijk. Hierbij wissel je elk jaar de plek van je planten. Planten die veel voeding nodig hebben, zet je dan op een andere plek. Je kunt je tuin in drie of vier vakken verdelen en elk jaar schuiven. Zo blijft de grond vruchtbaar en heb je minder kans op problemen. Water geven en voeding plannen Planten hebben water nodig om te groeien. In droge periodes moet je dus vaak water geven. Zet daarom planten die veel water nodig hebben dicht bij elkaar. Dan kun je gericht water geven. Sommige planten hebben ook extra voeding nodig. Dat kun je geven met compost of mest. Zet zware eters, zoals kolen of courgettes, op een plek waar je al veel compost hebt toegevoegd. Lichte eters, zoals kruiden, hebben minder nodig. Door dit mee te nemen in je plan weet je wat je waar moet geven. Zorgen voor paden en werkruimte Als je in je tuin werkt, wil je overal makkelijk bij kunnen. Zorg daarom voor paden tussen de bedden of bakken. Zo kun je zaaien, wieden en oogsten zonder op je planten te stappen. Een pad hoeft niet breed te zijn, maar wel stevig genoeg. Je kunt bijvoorbeeld tegels of houtsnippers gebruiken. Denk ook aan een plek om je tuingereedschap of gieter neer te zetten. Een fijne werkplek maakt tuinieren leuker en makkelijker. Je moestuinplan bijhouden door het jaar heen Een moestuinplan is niet iets dat je maar één keer maakt. Het is handig om tijdens het seizoen bij te houden wat je hebt gedaan. Schrijf op wanneer je iets hebt geplant, hoe het groeit en hoeveel je hebt geoogst. Zo leer je elk jaar iets bij. De volgende keer kun je dan beter inschatten wat goed werkte. Je ziet ook welke planten goed samen gaan en welke juist niet. Door alles te noteren wordt je moestuin elk jaar beter.
    Lees hier
  • Een kas maken voor je tuin of balkon

    admin - januari 15, 2025
    Een kas in de tuin of op het balkon is handig als je graag zelf groente, fruit of bloemen kweekt. In een kas blijft het warmer dan buiten. Daardoor kun je eerder beginnen met zaaien en kun je sommige planten langer laten groeien. Een kas beschermt ook tegen wind, regen en kou. Je hebt meer controle over de groei van je planten. Met een goede kas kun je het hele jaar door bezig zijn met tuinieren. De juiste plek kiezen voor je kas Voordat je een kas bouwt, is het belangrijk om te bedenken waar je die neerzet. De zon is belangrijk voor de groei van planten. Kies daarom een plek waar de zon vaak schijnt, vooral in de ochtend en middag. Zorg ook dat er niet te veel wind staat. Als je kas op een open veld staat, kan die sneller afkoelen of kapotwaaien. Een muur aan één kant van de kas kan extra warmte geven. Denk ook aan de bereikbaarheid. Je moet makkelijk bij je kas kunnen om water te geven of te oogsten. De grootte van de kas bepalen De maat van de kas hangt af van hoeveel ruimte je hebt en wat je wilt kweken. Voor een paar tomatenplanten heb je niet veel ruimte nodig. Wil je meerdere soorten groente en kruiden, dan is een grotere kas handiger. Denk ook aan de hoogte. In een lage kas kun je niet staan. Dat maakt werken moeilijker. In een hoge kas heb je meer lucht en ruimte. Dat is fijner voor jou én voor de planten. Je kunt ook beginnen met een kleine kas en later uitbreiden als je meer ervaring hebt. Materialen voor de constructie Een kas bestaat meestal uit een frame en een doorzichtig dak en wanden. Het frame is vaak van hout, metaal of kunststof. Hout ziet er natuurlijk uit en is makkelijk te bewerken, maar moet wel goed worden beschermd tegen vocht. Metaal is stevig en gaat lang mee. Kunststof is licht, maar kan sneller slijten. Voor de wanden gebruik je glas of plastic platen. Glas laat veel licht door en blijft lang goed. Plastic is goedkoper en minder breekbaar. Kies wat bij jouw tuin en budget past. De basis van de kas bouwen De onderkant van de kas moet stevig zijn. Begin met een vlakke ondergrond. Dat kan aarde zijn, maar ook een houten of stenen vloer. Een stevige fundering zorgt ervoor dat je kas niet verzakt. Je kunt de kas ook op een houten frame plaatsen of met ankers in de grond vastmaken. Als de basis goed ligt, kun je het frame plaatsen. Zorg dat alles recht en stevig staat. Gebruik schroeven of bouten om alles vast te zetten. Daarna maak je de ramen of platen vast aan het frame. Zorg voor goede ventilatie en toegang In een kas wordt het snel warm. Te veel warmte of vocht is niet goed voor je planten. Daarom is ventilatie belangrijk. Zorg voor ramen of kleppen die open kunnen. Zet ze open op warme dagen om frisse lucht binnen te laten. Een deur is ook nodig om zelf makkelijk naar binnen te kunnen. Die kan van hout, kunststof of metaal zijn. De deur moet goed sluiten, zodat het niet tocht. Denk ook aan een hor of gaas om insecten buiten te houden. Verlichting en verwarming voor extra comfort Als je in de winter of bij weinig zonlicht wilt blijven tuinieren, helpt extra licht. Je kunt lampen ophangen die geschikt zijn voor planten. Die geven het juiste licht om te groeien. In koude maanden kan ook verwarming handig zijn. Een kleine elektrische kachel of warmtemat geeft genoeg warmte voor jonge plantjes. Let goed op de veiligheid als je stroom gebruikt in de kas. Alles moet droog blijven en stevig aangesloten zijn. Water geven in een kas Planten in een kas hebben regelmatig water nodig. Omdat er geen regen in de kas valt, moet je dat zelf doen. Je kunt een gieter gebruiken, maar ook een druppelsysteem aanleggen. Dat is een slang met kleine gaatjes die langzaam water geeft. Zo blijft de grond vochtig zonder te veel water. Je kunt ook regenwater opvangen in een ton en dat gebruiken. Dat is goed voor de planten en bespaart kraanwater. Zet de ton naast de kas en gebruik een pomp of slang om water binnen te brengen. Wat je allemaal kunt kweken in een kas In een kas groeien veel planten beter dan buiten. Denk aan tomaten, paprika’s, komkommers en aubergines. Die houden van warmte en hebben bescherming nodig tegen kou en wind. Ook kruiden zoals basilicum, peterselie en munt groeien goed in een kas. In het voorjaar kun je zaaien en de planten daarna buiten uitplanten. In de herfst of winter kun je sla, spinazie en veldsla telen. Met een kas heb je meer mogelijkheden om te tuinieren door het jaar heen. Je kas onderhouden voor lang plezier Als je kas goed is gebouwd, gaat die jaren mee. Toch moet je af en toe controleren of alles nog stevig zit. Kijk of het glas of plastic nog heel is en of het frame niet is gaan roesten of rotten. Maak de ramen schoon zodat er genoeg licht binnenkomt. Haal oude bladeren en plantenresten weg om schimmel te voorkomen. Als je in het voorjaar begint met een schone kas, hebben planten een goede start. Zo blijft het tuinieren leuk en succesvol.
    Lees hier