Composteren is het omzetten van groente-, fruit- en tuinafval tot voedingsrijke compost, via een natuurlijk rottingsproces waarbij bacteriën, schimmels en andere bodemorganismen het werk doen. Het enige wat ze daarvoor nodig hebben, is zuurstof. Het resultaat is een donkere, kruimelige stof die je grond verbetert en kunstmest overbodig maakt.
Dit artikel legt uit hoe composteren in de praktijk werkt: wat je kunt composteren, hoe je een composthoop of wormenbak opzet en waarom het loont om er de tijd voor te nemen.
Hoe werkt composteren?
Zodra je organisch afval op een hoop gooit, gaan micro-organismen aan de slag. Ze breken de materialen af met behulp van zuurstof. Daarbij komt warmte vrij, en soms zie je de hoop zelfs dampen. Dat is een goed teken: het betekent dat het proces goed op gang is. Na verloop van weken tot maanden is het materiaal niet meer herkenbaar en veranderd in compost.
Twee factoren bepalen hoe snel dat gaat: de balans tussen stikstofrijk en koolstofrijk materiaal, en genoeg vocht en lucht. Stikstofrijk materiaal zijn bijvoorbeeld grasmaaisels en groenteschillen. Koolstofrijk materiaal zijn takjes, droog blad en karton. Een goede mix van beide zorgt dat de hoop niet te nat en smerig wordt, maar ook niet uitdroogt en stilstaat.
Wat mag er wel en niet in de composthoop?
Niet alles hoort in de composthoop. Goede basisregel: alles wat ooit gegroeid is, mag er in principe in. Toch zijn er uitzonderingen die je beter kunt vermijden.
Wel composteren:
- Groente- en fruitschillen
- Koffiedik en theezakjes (zonder plastiek label)
- Grasmaaisel en onkruid (zonder zaad)
- Bladeren, takjes en snoeihout (fijn gemaakt)
- Eierschalen
- Gescheurd karton en papier (onbehandeld)
Niet composteren:
- Vlees, vis en zuivel (trekt ongedierte aan en stinkt)
- Ziek plantenmateriaal (ziektes overleven het rottingsproces)
- Onkruid met rijpe zaadjes (die overleven en verspreiden zich later)
- Gekookt voedsel
- Kattenbakvulling of uitwerpselen van vleeseters
Composthoop of wormenbak: wat past bij jou?
Een composthoop is de meest gangbare methode. Je stapelt materiaal in een bak of hoek van de tuin, keert het regelmatig om en wacht. Na drie tot zes maanden, afhankelijk van de seizoenen en hoe actief je ermee bezig bent, heb je bruikbare compost. Een compostbak koop je bij een tuincentrum of bouwmarkt, maar je kunt er ook een timmeren van oude pallets.
Een wormenbak werkt anders: rode wormen (ook wel compostwurmen of Eisenia fetida) eten je keukenafval en zetten het om in wormencompost, ook wel “zwart goud” genoemd. Dit proces verloopt sneller dan een gewone composthoop en de compost is voedingsrijker. Een wormenbak is compact genoeg voor een balkon of garage. Nadeel: je moet de wormen een beetje in de gaten houden. Ze houden niet van kou, te grote hoeveelheden citrusschillen of te veel vochtig materiaal tegelijk.
Heb je een grote tuin met veel snoeihout en grasafval, dan is een composthoop logischer. Woon je in een appartement of heb je nauwelijks tuinafval, dan is een wormenbak geschikter.
Veelgemaakte fouten bij composteren
De meeste mensen beginnen enthousiast, maar lopen na een tijdje tegen dezelfde problemen aan. Herken je er een, dan weet je ook meteen wat je moet aanpassen.
- De hoop is te nat en stinkt. Er zit te veel stikstofrijk materiaal in (grasmaaisel, schillen). Voeg droog materiaal toe, zoals karton of dood blad, en keer de hoop om.
- De hoop staat stil en er gebeurt niets. Te droog, te weinig stikstof, of te weinig zuurstof. Water toevoegen en omscheppen helpt.
- Er zitten muizen of ratten bij. Waarschijnlijk zit er eten in dat er niet in hoort, zoals vlees of brood. Gebruik een gesloten compostbak en vermijd die materialen.
- De compost is na maanden nog niet klaar. Grofgehakt materiaal breekt langzamer af. Hak grote stukken kleiner voordat je ze toevoegt.
Wat doe je met de compost?
Als de compost klaar is, ruikt hij naar verse aarde, is hij donker van kleur en zijn de afzonderlijke materialen niet meer herkenbaar. Je werkt hem door de bovenste laag van je moestuin of borders, of gebruikt hem als potgrondmix. Een laag van drie tot vijf centimeter door je tuingrond werken is genoeg om de bodemstructuur en het bodemleven te verbeteren.
Compost vervangt kunstmest niet volledig, maar verrijkt de grond op een manier die kunstmest niet kan: het verbetert de structuur, houdt vocht beter vast en stimuleert het bodemleven. Zeker in moestuinen merk je het verschil in de groei van je planten.
Composteren kost wat aandacht, maar niet veel tijd. Een keer per week materiaal toevoegen, af en toe omscheppen en een beetje letten op de balans is al genoeg. Wie dat volhoudt, heeft binnen een seizoen een eigen voorraadje grondverbeteraar, volledig gratis en zonder verpakking.
Spitskool inmaken: zo doe je het stap voor stap
Kippen houden: alles wat je moet weten als (beginnende) kippenhouder
Inmaken: zo doe je het goed, stap voor stap
Permacultuur moestuin: zo kweek je meer met minder werk
Bodembedekking kippenhok: welk materiaal werkt het beste?
Kippenhok van douglas: wat maakt dit hout zo geschikt?