Een imker houdt bijen, oogst honing en zorgt voor de gezondheid van zijn bijenvolken. Dat klinkt eenvoudig, maar in de praktijk is het vakmanschap dat het hele jaar door aandacht vraagt. Van het inspecteren van kasten in het voorjaar tot het winterklaar maken van de volken in het najaar: de taken van een imker zijn gevarieerd en seizoensgebonden.
Wat doet een imker het hele jaar door?
Het werk van een imker volgt het ritme van de natuur. In het voorjaar beginnen de bijenvolken te groeien en controleert de imker regelmatig de kasten. Hij let op de koningin, kijkt of er voldoende ruimte is voor de groeiende kolonie en houdt zwermen tegen. Een volk dat zwermen verliest de helft van zijn bijen, en dus ook een groot deel van de honingproductie.
In de zomer is het drukste seizoen. De bijen verzamelen nectar en pollen, en de imker plaatst extra honingraten zodat er genoeg opslagruimte is. Rond augustus is het tijd voor de honingoogst. De imker haalt de gevulde raten eruit, slingert de honing eruit met een honingslingermachine en filtert en pottert het eindproduct.
In het najaar bereidt de imker zijn volken voor op de winter. Hij controleert of er genoeg wintervoer is, behandelt de bijen tegen de varroamijt (een parasiet die zonder behandeling een volk binnen een paar jaar kan vernietigen) en zorgt dat de kasten droog en tochtvrij zijn. In de winter doen de bijen het rustig aan, maar de imker gebruikt die tijd voor onderhoud van zijn materiaal en het bijhouden van zijn kennis.
De dagelijkse taken bij de bijenkast
Bij een kastencontrole opent de imker de kast voorzichtig, met rookwolkjes uit een rookspuit om de bijen te kalmeren. Dan inspecteert hij raat voor raat. Hij let op de aanwezigheid van de koningin (of haar eitjes), de hoeveelheid broed, de voedselvoorraden en eventuele ziektes of parasieten. Een ervaren imker doet een controle van een volk in tien tot twintig minuten.
Naast de controles voert de imker ook beheerstaken uit. Denk aan het samenvoegen van zwakke volken, het kweken van nieuwe koninginnen, het bijplaatsen of wegnemen van raten en het bijvoeren van suikerwater als er te weinig dracht is. Elk volk is anders, en een goede imker past zijn aanpak aan op wat hij aantreft.
Hoeveel volken beheert een imker?
Een beginnende imker start meestal met één of twee volken. Een hobbyimker heeft vaak vijf tot twintig volken. Wie het serieuzer aanpakt, kan doorgroeien naar tientallen of zelfs honderden kasten. Hoeveel volken iemand beheert hangt af van de beschikbare tijd, de locatie en of het hobby of beroep is. Een beroepsimker met grote aantallen volken heeft vaak een vaste route langs meerdere bijenstanden, soms verspreid over een hele regio.
Imker als hobby of beroep
De meeste imkers in Nederland doen het als hobby. Ze zijn lid van een plaatselijke imkervereniging, volgen cursussen en wisselen kennis uit. Het beroep van professioneel imker bestaat ook, maar is relatief zeldzaam. Een beroepsimker verkoopt honing, bijenwas, propolis of bestuivingsdiensten (het plaatsen van volken bij fruittelers). De inkomsten uit honing alleen zijn voor de meeste hobbyimkers geen verdienmodel: de kosten van materiaal, tijd en behandelingen wegen daar vaak tegenop.
Imkeren is een vak dat je leert door het te doen. Je kunt cursussen volgen via de Nederlandse bijenhouders (zoals die van de VBBN, de Vereniging tot Bevordering der Bijenteelt in Nederland), maar de echte kennis bouw je op bij de kast, seizoen na seizoen. Wie geduldig is, goed observeert en respect heeft voor de bijen, groeit al snel in het vak.
Permacultuur: alles wat je moet weten over deze manier van tuinieren en leven
Permacultuur moestuin: zo kweek je meer met minder werk
Appelmoes inmaken: zo bewaar je zelfgemaakte appelmoes lang
Spitskool inmaken: zo doe je het stap voor stap
Kippen houden: alles wat je moet weten als (beginnende) kippenhouder
Inmaken: zo doe je het goed, stap voor stap